Weg met die angst: deze woorden wil je echt vermijden als je kind geprikt wordt

Oh Baby!

Weg met die angst: deze woorden wil je echt vermijden als je kind geprikt wordt

Sanne Roes
Door

Sanne Roes

Gepubliceerd op

28 juli 2023 om 10:00

Bron / Fotografie

beeld Shutterstock

Gepubliceerd op

28 juli 2023 om 10:00

Bron / Fotografie

beeld Shutterstock

Kinderen en naalden zijn als vissen en fietsen: geen goede combinatie. Dus als de huisarts zegt dat er wat bloed bij je kind moet worden afgenomen zakt de moed bij jou al in de schoenen. Dat wordt huilen geblazen, ook voor je kind. Maar volgens recent onderzoek kun je de naaldenangst bij kinderen al met woorden voorkomen.

Volgens kinderarts Lonneke Aarts van het Radboudumc zijn er een aantal woorden die je moet vermijden als je kind gaat bloedprikken. Om ze goed voor te bereiden vertel jij je kind 'dat het spannend kan zijn' en 'dat ze een beetje pijn kunnen voelen' door de prik. En daar ga je volgens Aarts juist de fout in. Moet je dan gewoon niks zeggen? Nee, dat ook weer niet. Hoe het wél moet legt ze uit.

Lees ook: Voor de duvel wél bang: waarom denken we toch altijd al onze angsten te moeten overwinnen?

Prik weg Prikangst bij kinderen is een groot probleem. Volgens Aarts maakt de spanning bloedafname moeilijker, waardoor de procedure ook langer duurt. 'Het kan dan zelfs zo zijn dat een kind een trauma ontwikkelt, EMDR nodig heeft of de bloedafname probeert te vermijden,' zegt ze tegen RTL Nieuws. Om te kijken hoe dat beter kan onderzocht ze met collega's de effecten van positieve of 'therapeutische' communicatie op de prikangst. Daarvoor werden vijftig kinderen op de normale old fashion manier geprikt, waarna de artsen die het bloed hadden afgenomen les kregen in de therapeutische communicatie. Daarna prikten de artsen vijftig nieuwe kinderen.

Nee, je krijgt geen ijsje Uit de resultaten bleek dat de prikangst bij kinderen halveert door alleen al de juiste woorden te gebruiken. Het woord 'bloedprikken' wil je het liefst vermijden. 'Prikken doet ze denken aan een wespensteek of iets anders dat pijn doet,' zegt Aarts. Daardoor kun je het beestje beter bij de (klinische) naam noemen: bloedafname. Ook wil je het kind niet vertellen dat het bloedprikken spannend kan zijn.

'Ons brein bestaat uit drie delen,' vertelt Aarts, 'het mensenbrein, dat zorgt dat je goed kan nadenken, het emotionele brein en het reptielenbrein. Door ons reptielenbrein rennen we weg als er paniek is. In spannende situaties overheerst het reptielenbrein en kunnen we niet meer goed nadenken. Door woorden als 'pijn', 'prik' en 'spannend' vergroot je de stress, ongeacht wat je verder zegt.' Het kind een beloning beloven na de prik wordt ook afgeraden. 'Als je zegt dat ze een grote beloning krijgen, zoals een ijsje of een cadeautje, maak je de procedure ook groot. 'Dan móét de prik wel iets vervelends of spannends zijn', denkt het kind dan,' aldus Aarts.

Lees ook: Is dat even een opluchting: dit is waarom je kinderen liever 'goed genoeg' opvoedt dan 'perfect'

Hup, tempo d'r in Door de aangepaste communicatie ging het bloedprikken ook 2,5 minuut sneller. Dat komt doordat de artsen niet meer de hele procedure uitleggen, waarbij voorheen altijd werd verteld hoe de bloedafname werkt en wat het kind zal voelen. 'We leggen nu contact,' vertelt Aarts, 'vragen of ze of op de tafel kunnen klimmen en of mama of papa kunnen helpen. Dan kletsen we over hobby’s, sport of school, en wordt intussen het bloed afgenomen. Ook de verminderde angst zorgt ervoor dat alles veel soepeler en sneller verloopt. Zo is het echt een win-win-win situatie voor kind, ouders en zorgverleners.'

Zo help je als ouder mee Om als ouder de procedure te verbeteren wil je allereerst zelf rustig zijn – goed nieuws voor ouders met prikangst: oma en/of opa, de oppas of je partner moet voortaan mee. Daarvoor wil je rustig praten, en contact maken met het kind. 'Dat betekent ook dat je niet moet liegen of gevoelens moet wegwuiven,' zegt Aarts. 'Zeg dus niet dat het geen pijn doet, misschien doet het dat bij dit kind wel en dan breek je het vertrouwen. Beter is: 'Je hebt verdovende zalf op je arm gekregen. Mijn ervaring is dat dat goed werkt. Ik ben benieuwd hoe goed het bij jou werkt.' Dan lieg je niet en geef je een positieve suggestie.' Stiekem passen we vanaf nu deze trucs ook bij onszelf toe, mogen wij ook onze mama meenemen? We vragen het voor een vriend.

delen
Sanne Roes

Sanne Roes is geboren in 2000 (je weet wel, dat jaar dat de wereld zou vergaan maar toch gewoon bleef draaien) en is tekststagiair bij &C. Ze komt uit de Achterhoek maar kan geen woord dialect verstaan, behandelt haar planten alsof het haar kinderen zijn en zingt regelmatig - tot grote ergernis van de buren - de longen uit haar lijf onder de douche.

Meer Oh Baby!

Meer van deze auteur