Door: &C Redactie
'Nothing tastes as good, as skinny feels,' de uitspraak van Kate Moss staat helaas voor altijd in mijn geheugen gegrift. Ik was begin twintig en geloofde dat heroin chic zijn het allermooiste was. Gelukkig leek dat schoonheidsideaal langzaam plaats te maken voor iets gezonders. Tot nu. Dun, dunner, dunst is terug.
Trigger warning: dit artikel gaat over afvallen.
Toen bodyconfidence, -neutrality, en -positivity eindelijk meer bekendheid kreeg in Nederland stond ik vooraan als cheerleader. Eindelijk zagen we vrouwen van verschillende leeftijden, maten en achtergronden. Eindelijk hoefde niet iedereen meer op elkaar te lijken.
De laatste tijd zie ik alleen veel van mijn voorbeelden afvallen. Wat hun goed recht is natuurlijk. Maar het raakt mij. Ik vind het fijn om mezelf te herkennen in andere vrouwen, en baal dat rolmodellen verdwijnen. Een jaar geleden riep ik daarom activistisch 'ons lichaam is geen modetrend' in een Instagramvideo, als tegengeluid op het opkomende dunne schoonheidsideaal.
Alleen nu komt het ongemakkelijke deel van deze column.
Toen ik zelf steeds voller werd voelde ik mij vaak goed. Ik kocht gewoon grotere broeken. Want kleding moet jou passen, en niet andersom. Tot ik vorige zomer alleen nog maar in sweatpants met een elastische band naar kantoor ging. Ik had enthousiast Franse kaasjes op mijn heupen gesmeerd. En daar heb ik natuurlijk met volle teugen van genoten.
Maar als ik echt heel eerlijk met je ben, voelde ik mij toen doodongelukkig in mijn lijf. Ik vind rondingen bij andere vrouwen prachtig. Bij mezelf zag ik vooral alles wat anders moest.
Lekker zo’n verknipt zelfbeeld. Mind you, ik ben 38, je zou denken dat ik inmiddels wel weet dat een gezond lichaam veel belangrijker is dan een kleinere maat.
Ik ga nu met de billen bloot, en bereid mij mentaal voor op de reacties, maar ik wil niet jokken. Vorig jaar heb ik flinke duiten betaald voor afslankprikken om een vliegende start te hebben om weer beter in m’n vel te zitten. Ik kon geen weerstand meer bieden aan alle reclames en succesverhalen die mij om de oren vlogen in de media, en was benieuwd naar de magische spuit. Iedere prik vond ik verschrikkelijk. Ik zag er dagen tegenop. Uiteindelijk ben ik ermee gestopt, maar ik was wel kilo’s lichter. Ironisch genoeg kreeg ik onlangs medicatie voorgeschreven, om gezondheidsredenen, met een fikse bijwerking: minder eetlust. En zo val ik opnieuw af.
Nu ik slanker ben vliegen de complimenten mij om de oren. Mijn lichaam wordt ineens positief beoordeeld: 'Wat zie jij er goed uit.' Niemand bedoelt dit verkeerd. Ik vind het heus heel leuk om te horen. Maar ik merk dat ik die woorden steeds op dezelfde manier interpreteer: dunner is toch beter?
Ik heb een mega gewetensconflict. Waarom wil ik zo graag slanker zijn dat ik hiervoor zelfs een medisch hulpmiddel heb gebruikt? Daar schrik ik het meest van. Hoe kan ik zo fel tegen dieetcultuur zijn, terwijl ik er zelf ook vatbaar voor blijk? Ik predik dat elk lichaam een bikinilichaam is. En tóch... ben ik blij dat ik zelf weer mijn oude kleding pas.
Toegegeven, nu ik gezonder eet, sport (want ik durf de sportschool weer in), en lekkerder voel gaat het mentaal een stuk beter met mij. Ik heb zin om het leven weer bij de lurven te grijpen.
Maar hoeveel daarvan komt doordat ik gezonder leef? En hoeveel doordat ik inmiddels weer beter binnen het heersende schoonheidsideaal pas? Ben ik zelf ook zo’n teleurstelling geworden voor anderen, zoals ik dat bij mijn plussize voorbeelden voelde die nu slanker zijn?
Schoonheidsidealen zijn funest. Ze zijn zo diep in ons onbewuste gaan zitten dat ons brein nauwelijks kan onderscheiden wat echt van onszelf is en welke ons jarenlang zijn aangeleerd in onze jeugd. Ik weet met mijn volle verstand dat slanker absoluut niet beter is en sta er nog steeds voor dat ons lichaam geen modetrend is. Toch ben ik zelf gezwicht voor ‘t stemmetje in mijn hoofd.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))