Door: Eric de Munck
De eerste keer dat ik werd bevangen door de magie van de soap was ergens rond mijn zevende. We hebben het over 1990, een tijd waarin televisie nog een gezinsactiviteit was en niet iets wat iedereen afzonderlijk een schermpje van twaalf centimeter consumeerde terwijl er tegelijkertijd drie andere dingen werden gekeken.
Bij ons thuis stond iedere werkdag om half zeven steevast The Bold and the Beautiful op via RTL 4, vlak voor het Rad van Fortuin. Niet omdat iemand daar bewust voor koos, maar omdat dat nu eenmaal hoorde bij het avondritueel. Net als aardappelen, vlees, groente en het besef dat Ridge Forrester waarschijnlijk weer eens tussen twee vrouwen aan ‘t twijfelen was.
In de jaren daarna kwam het soapgenre steeds verder onder druk te staan. Budgetten verdwenen, kijkcijfers daalden en hele generaties groeiden op zonder ooit een boze tweelingzus uit de dood te hebben zien herrijzen. Een absolute culturele verarming als je het mij vraagt.
Juist The Bold and the Beautiful fascineerde me daarom mateloos. Als onwetend provinciaaltje keek ik naar een wereld vol villa’s, privéjets, modehuizen en mensen die fulltime ruzie maakten in designerkleding. Als iemand mij toen had verteld dat ik ruim dertig jaar later daadwerkelijk op die set in Los Angeles zou rondlopen, had ik diegene vriendelijk doch dringend geadviseerd professionele hulp te zoeken. Maar het gebeurde dus echt.
Vlak nadat de grootste coronakruitdampen waren opgetrokken stond ik voor zo’n iconische Hollywood-slagboom bij één van de grote studiocomplexen. Officieel was ik voor RTL Boulevard in Los Angeles om interviews met Brad Pitt en Margot Robbie te doen, een zin die ik nog steeds probeer nonchalant op te schrijven, maar omdat ik wat vrije tijd had, besloot ik een veel belangrijkere culturele bestemming te bezoeken: de set van The Bold and the Beautiful.
Via het perscontact was alles geregeld. Ik was welkom. Meer dan welkom zelfs. Alsof ik een verloren Forrester-telg was die eindelijk thuiskwam. Achteraf voelt het nog steeds als een soort koortsdroom. Op basis van de foto’s weet ik dat het daadwerkelijk gebeurd is, maar mijn hersenen hebben het hele bezoek opgeslagen onder de categorie: ‘Nee hoor, dit verzin je.’ Ik weet nog wel dat ik volkomen hysterisch op de foto stond met Sheila Carter en Katie Logan. Acteurs in soaps doen immers alles voor publiciteit. En ik blijkbaar ook.
Wat ik me misschien nog het best herinner? Hoe ongelooflijk armoedig het er allemaal uitzag. Decorstukken die vermoedelijk al meerdere Amerikaanse presidenten hadden overleefd. Een kantine waar de geschiedenis letterlijk op de muren zat. Alles kraakte, piepte en hing met ducktape aan elkaar. En het was klein. Heel klein. Zó klein dat je nauwelijks normaal kon praten, omdat je anders een scène drie ruimtes verderop verpestte. Maar precies dat maakte het prachtig.
Want daar, tussen de afgeleefde decors en de tapijten die waarschijnlijk al sinds de eerste kus van Brooke en Ridge niet vervangen waren, worden nog altijd vijf afleveringen per week gemaakt. Met een budget waar een gemiddelde Nederlandse reality-datingshow nog geen welkomstborrel van kan organiseren.
Dat vind ik misschien wel het mooiste aan soaps. Tegen alle logica, trends en voorspellingen in blijven ze bestaan. Pure koppigheid in televisievorm. En daar heb ik alleen maar bewondering voor. Zeepsop for life.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))