Door: Redactie
Er gebeurt iets merkwaardigs als je een tijdje bijna dagelijks op televisie verschijnt. Niet meteen enorm groots hoor. Je krijgt geen limousine. Geen fanmail. Niks van dat. Maar wat wél verandert, is de manier waarop mensen soms naar je gaan kijken. Een semi- herkenning. Alsof je ooit samen in groep vier een spreekbeurt over vulkanen hebt gehouden. Ik noem dat tegenwoordig de mistige blik.
Dat moment waarop iemand mij net íets te lang begluurt op het schoolplein, bijvoorbeeld. Of op een terras. Of terwijl ik in verwassen trainingspak met een familieverpakking wc-papier en een frikandelbroodje door de Albert Heijn schuifel alsof ik auditie ga doen voor de nieuwe show BN’er in Verval. Je ziet ze denken. Waar is die gast van? Sportschool? Oude buurjongen? Of was het toch Opsporing Verzocht? En dan komt uiteindelijk die vraag: 'Sorry hoor… maar waarvan kén ik jou?'
Het blijft een verschrikkelijk moment, waarna het lijkt alsof ik mijn eigen Wikipedia-pagina live ga staan opdreunen. Want wat moet je antwoorden zonder meteen over te komen als iemand die vrijwel iedere minuut zijn naam twintig keer intypt op Google? 'Eh… ja… van televisie misschien?' hoor ik me nog altijd regelmatig uitkramen. Tijdens een tripje naar Vlieland, in mijn eerste halfjaar bij RTL Boulevard, besloot ik daarom voor de grap een sticker van een boek af te krabben waarop daadwerkelijk 'Bekend van TV' stond. Vervolgens droeg ik het overal. Puur sarcastisch natuurlijk, want niemand neemt het fenomeen ‘matige BN’er’ meer serieus dan moi.
Maar die sticker werkte verrassend goed. Mensen lachten. Ik lachte. En het scheelde minstens drie ongemakkelijke gesprekken per dag waarin iemand vijftien seconden naar mijn gezicht stond te turen alsof ze probeerden een wachtwoord te herinneren. In het begin dacht ik oprecht dat er iets mis was met mijn hoofd. Niet mentaal, al valt daar op sommige dagen ook over te discussiëren, maar fysiek. Misschien heb ik tandpasta op mijn wang, dacht ik, of mis ik een wenkbrauw. Ik heb serieus meerdere keren in een spiegel gekeken tot ik me realiseerde dat het mijn gezícht is.
Die bekende bakkes van mij is trouwens nog lang geen moneymaker hoor. Omdat mijn statuur voorlopig nog ergens bungelt tussen ‘oh ja die van RTL Boulevard’ en ‘zit jij niet ook bij de lokale hockeyclub?’, puilt mijn agenda nog niet bepaald uit van de grote commerciële klussen. Ik hoef nog geen lintjes door te knippen bij de opening van een meubelboulevard in Almere of glimlachend naast een Kia Sportage te poseren bij Autocentrum Van Der Veen. Dat niveau van nationale bekendheid is voorlopig nog enkel weggelegd voor kandidaten die ooit derde werden bij Heel Holland Bakt.
Maar goed, ook een D-ster moet eten, dus af en toe word ik ingevlogen voor evenementen waarvan je vooraf hoopt dat niemand ze ooit terug weet te vinden op internet. Het presenteren van een modeshow in een buurthuis waar de gemiddelde leeftijd van het publiek 83 is, bijvoorbeeld. Of jureren bij iets als ‘Speeltuin Got Talent’, waar je bloedserieus feedback moet geven aan een zevenjarige die twintig seconden hossend over een stoepkrijttekening springt op muziek van Snollebollekes.
Ik vind dit dus prachtig. Hoe absurd het soms ook is, lokale evenementen hebben een ongekende charme. Mensen zijn enthousiast. Iedereen heeft te veel slappe en slechte koffie op. Er is altijd iemand van de organisatie met een headset die totaal geen functie heeft. En aan het einde van de middag krijg je steevast een bos bloemen overhandigd alsof je zojuist het Eurovisie Songfestival hebt gewonnen. Met een beetje geluk zit er trouwens ook nog een benzinevergoeding bij inbegrepen.
Maar misschien wel het meest verwarrende onderdeel van een bestaan als televisiehoofd-in- de-subtop: fotoverzoeken. Geloof me, geen enkel mens went ooit echt aan de zin: 'Mag ik met je op de foto?' Ik kijk bij die vraag standaard eerst achterom of er toevallig iemand van K3, Roxy Dekker of een échte presentator achter mij staat. Maar nee, soms blijkt men daadwerkelijk Eric de Munck bedoeld te hebben. De man die vijf minuten eerder nog in paniek zijn outfit controleerde omdat hij dacht dat er misschien yoghurt op zat. Of tandpasta.
Soms kom ik die foto’s later ergens tegen. Op Instagram of Facebook. Een onscherpe story met vuurwerk-gifjes eroverheen. En heel af en toe gebeurt er dan iets aandoenlijks. Dan zie ik naast mijn eigen ongemakkelijke glimlach iemand staan die precies kijkt zoals ik vroeger keek naar mensen van televisie. Zo’n blik van: wauw. Mensen uit dat magische kastje bestaan dus écht. Hoe sarcastisch ik er vaak over schrijf, en geloof me dat blijf ik absoluut doen, daar zit stiekem ook iets bizar moois in.
Ergens tussen al die gênante foto’s, verlopen buurthuisoptredens en benzinevergoedingen door, realiseer ik me soms ineens: ik bén dus blijkbaar voor iemand ‘bekend van tv’ en dat is toch krankzinnig? En ook gewoon iets om trots op te zijn.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))