Door: Chantal Janzen
Ik heb laatst een peperdure kabeljauw naar de knoppen geholpen. Nieuwe pannen, oude gewoontes. Ik zette het vuur net zo hoog als altijd en kon even later afscheid nemen van een vis die toch echt beter had verdiend.
En uitgerekend die dag sprak ik Jamie Oliver. De man die van drie ingrediënten iets fantastisch maakt, terwijl ik er met een complete keuken nog een puinhoop van weet te maken.
Niet dat ik me daardoor liet intimideren. Ik kies een restaurant omdat het me lekker lijkt, niet vanwege de grote naam achter het fornuis. Toch vond ik het ontzettend leuk om Jamie te spreken. Hij praat na al die jaren nog steeds over eten alsof hij gisteren ontdekte hoe lekker zelfgemaakte gnocchi kan zijn. Dat enthousiasme werkt aanstekelijk. Zelfs op iemand die thuis vooral uitblinkt in pasta bolognese en taco’s.
Laten we eerlijk zijn: ik ben geen keukenprinses. We hebben thuis een halve kast vol kookboeken. Ik blader er graag doorheen, maar zodra ik zelf kook, beschouw ik recepten als vrijblijvende suggesties. Om vervolgens verbaasd te zijn als het resultaat tegenvalt. Volgens Jamie gaat het bij snel koken vaak mis omdat mensen zich niet aan het recept houden. Misschien moet ik voortaan niet halverwege besluiten dat ik het beter weet dan Jamie Oliver.
Bij Jamie thuis staan de kinderen al van jongs af aan in de keuken. Dat herken ik wel, want James is op zijn zeventiende naar Liverpool verhuisd en kookt daar iedere dag voor zichzelf. Daar ben ik best trots op. En zoals Jamie het mooi zei: daarmee geef je je kinderen de vrijheid om zelf keuzes te maken. En voorkom je dat ze bij iedere maaltijd afhankelijk zijn van hun ouders of een bezorger.
We bestellen tegenwoordig zo makkelijk iets, terwijl zelf koken volgens hem vaak goedkoper en gezonder is. En het hoeft niet veel tijd te kosten. Zijn nieuwe kookboek, met gerechten die je in twintig minuten kunt maken, komt voor mij dan ook als geroepen. Twintig minuten, hoe moeilijk kan het zijn? Al moet ik misschien beginnen met de juiste ingrediënten in huis halen.
O, en ik heb nog iets geleerd: hoe je Worcestershire sauce uitspreekt. Dat woord moet ik in de musical Cabaret zes keer per week uitspreken. Dus ik dacht: nu ik toch een Engelsman tegenover me heb zitten... Ik kreeg meteen een complete uitleg over de herkomst, de geheime ingrediënten en de mannen die het spul maken. Mocht ik ooit nog een spreekbeurt over Worcestershire sauce moeten houden, dan ben ik voorbereid.
Of ik na ons gesprek beter ga koken, moet nog blijken. Ik heb in ieder geval een paar goede tips en het voornemen om me voortaan aan het recept te houden. De volgende dag kreeg ik nog een berichtje dat Jamie het een heel leuk gesprek vond. Nou, koken kan ik misschien niet, maar ik ben wel goed gezelschap. En ik kan heel goed eten. Dus mocht Jamie ooit bij ons komen eten, dan is hij van harte welkom. Laat ik mijn man koken en schuif ik gezellig aan. Lijkt me voor iedereen het beste.
Vanaf vandaag ligt &C's Kookspecial in de winkel, waar Jamie Oliver natúúrlijk onderdeel van is. Maar: het gesprek tussen Chantal en Jamie is ook op beeld terug te zien. Kijk zelf maar.
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))