Door: Joanne Wienen
Geen torenhoge hypotheek, geen volle kamers, maar wel uitzicht op de bloemenweide. Moniek (38) bouwde haar eigen tiny house en ontdekte hoeveel vrijheid er schuilt in klein wonen. Al moet ze daar in de winter soms flink voor hakken.
Het fijnst aan wonen in een tiny house vind ik het leven met de seizoenen en de natuur, mijn kleine voetafdruk en de eenvoud. Ik heb niet zoveel nodig, en dat geeft rust. Zonder hypotheek of hoge maandlasten kan ik andere keuzes maken in mijn leven. Voor ik hier terechtkwam, woonde ik in Utrecht in een appartement dat kleiner was dan dit, zonder tuin, en betaalde ik me blauw aan huur. Nu kan ik kiezen om minder te werken en dingen te doen die ik echt leuk vind. Mijn vorige partner en ik hebben dit huisje zelf gebouwd, zonder enige ervaring. Dat hebben we best onderschat. Toen we na twee jaar eindelijk klaar waren, bleken sommige dingen niet aan de regels vanuit de gemeente te voldoen en moest ik wéér aan de slag. Het heeft veel energie gekost, maar het is het dubbel en dwars waard geweest. Veel tiny houses zijn een soort loft: alles in één ruimte, met een hoogslaper vlak onder het plafond. Zelf wilde ik per se een aparte slaapkamer, waarin ik gewoon kan staan. Zo’n hoogslaper is in de zomer al snel te warm, en altijd bukken om in bed te kruipen zag ik ook niet zitten. Wel hebben we de vloer onder het bed iets opgehoogd om ruimte te maken voor drie opbergvakken die van buiten opengaan. Daar bewaar ik al mijn kampeer- en hobbyspullen.
Oorspronkelijk was het huisje 26 vier- kante meter. Samen met mijn huidige vriend hebben we een stuk bijgebouwd, waardoor het nu 40 vierkante meter is. Om de week wonen we hier met z’n vieren, dan zijn zijn twee dochters er ook. Het scheelt dat je in een tiny house toch veel buiten bent. Wie tijd voor zichzelf nodig heeft, stapt de tuin in en kijkt dan uit over de bossen en bloemenweide. Mijn vriend bouwt zijn eigen tiny house naast het mijne. Als dat klaar is, wordt de extra slaapkamer een werkruimte voor mijn bedrijf Natuurlijk Moondala, waarmee ik holistische massages en natuursessies aanbied. Het enige wat ik soms uitdagend vind aan deze manier van wonen, is dat een houtkachel de enige verwarming is. In de winter is het binnen soms maar 2 of 3 graden. Als ik wakker word of thuiskom na een werkdag, moet ik eerst hout hakken en stoken, pas daarna heb ik een warm huis. ‘Neem vooral een dikke trui mee,’ waarschuw ik vrienden die een nachtje komen slapen.
Met de aanbouw erbij heeft dit tiny house zo’n vijftig- tot zestigduizend euro gekost, niet te vergelijken met een koop huis. Maar zo wonen is niet voor iedereen: je moet niet te veel spullen willen hebben en een beetje van avontuur houden. Elke gemeente stelt andere eisen, en een geschikte plek vinden is niet makkelijk. Onze kleine community van elf tiny houses mag hier tien jaar blijven staan. Die termijn kan verlengd worden, maar het kan ook zomaar dat we moeten verplaatsen. Daar moet je tegen kunnen. Ik hoop dat we hier kunnen blijven, maar als we weg moeten, rijd ik gewoon ergens anders heen. Mijn huis staat op wielen.’
Dit artikel staat in de nieuwste editie 'Meer bos, minder blabla' die nu in de winkels ligt.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))