Door: Anne van Aartrijk
Sinds de machtsovername van de Taliban ziet het leven van vrouwen in Afghanistan er totaal anders uit. Journalist Hila Noorzai reisde af naar het land, haar geboorteland, om met vrouwen in gesprek te gaan. Hoe is het om steeds meer vrijheid te verliezen, hoe geven ze hun leven ondanks de onderdrukking vorm en welke dagelijkse strijd levert dat op? De driedelige serie Hila voorbij de Taliban legt verhalen vast die anders ongehoord en ongezien blijven.
Het idee voor de serie bestond al heel lang, vertelt de 33-jarige journalist aan &C. 'Alleen was de situatie nooit veilig genoeg om te gaan. Nog steeds heeft Afghanistan een rode kleurcode, alleen is het er onder de Taliban momenteel iets rustiger. En dus hadden we, na veel research, afgelopen zomer de mogelijkheid om te gaan.' Hila vond het belangrijk om in beeld te brengen hoe vrouwen, ondanks de beperkingen die hen opgelegd worden, toch manieren vinden om hun leven te leiden. 'We horen veel over de Afghaanse vrouw, maar we praten niet mét de Afghaanse vrouw. Heel veel mensen denken dat vrouwen hun huis niet meer uitkomen, maar dat is niet zo. Sommige vrouwen gaan bijvoorbeeld nog steeds naar hun werk, als dat nog bestaat. Mensen zijn als water, zeg ik weleens, ze vinden altijd wel een weg. Dat iets niet mag, wil nog niet zeggen dat het niet gebeurt. Ik wilde de vrouwen in beeld brengen die vooruitlopen op de troepen en op hun eigen manier verzet bieden. Zij zijn de hoop. Als we hun verhalen niet in beeld brengen, schakelen we de Afghaanse vrouwen uit.'
Lees ook: Hila Noorzai: 'Ik hoop dat mensen van kleur ook middelmatig mogen zijn'
Hila, die programma's als EenVandaag, Vier avonden op een rij en nu de streamingeditie van Wie is de Mol? presenteert, wordt in 1992 in de Afghaanse hoofdstad Kabul geboren. Als ze een halfjaar oud is, vluchten haar ouders naar Nederland. De Afghaanse cultuur blijft een levendig onderdeel van haar opvoeding, zo spreekt ze vloeiend Dari, een van de twee officiële talen, maar terugkeren deed ze nooit.
Hoe was het om voor het eerst terug in Afghanistan te zijn?
'Dat had verschillende lagen. Ik ging als journalist, maar ook als mens en als Afghaan, die voor het eerst naar haar geboortegrond terugkeerde. Van tevoren was ik heel benieuwd hoe ik me daar zou voelen. Ik kon niet voorspellen wat het emotioneel met me zou doen. 'Wie weet ben ik wel voor een paar dagen uitgeschakeld,' zei ik tegen mijn crew. Eenmaal daar voelde ik vooral: ik ken dit. De mensen, de cultuur, de taal, het voelde bekend en ik kon me er makkelijk bewegen. Ik lijk natuurlijk ook op een Afghaan, ik bén een Afghaan, waardoor ik heel dichtbij mensen kon komen. Dat was voor de serie heel fijn, maar het hielp ook om het stukje Afghaans in mij een plekje te geven. Het is niet zo dat ik daar een stuk van mezelf heb gevonden, want dat kende ik al, maar ik zie het als een mooie aanvulling.'
Wat voor plekje is dat?
'Mijn ouders hadden het vaak over de schoonheid van Afghanistan en hoe ongelofelijk vriendelijk en gastvrij de mensen zijn. Dat zijn zij zelf ook, maar pas nu ik er ben geweest weet ik waar dat vandaan komt en hoe diepgeworteld het écht in de cultuur zit. Dat is niet alleen de familie Noorzai, dat zit in het hele volk. Ook konden mijn ouders regelmatig met elkaar discussiëren. Mijn moeder komt uit Kabul, de grote stad, en mijn vader uit Helmand, wat een hele conservatieve provincie is. Mijn moeder stond in die discussies wat liberaler dan mijn vader en nu ik op die plekken ben geweest, snap ik waar dat door komt. Ik snap de gesprekken die zij af en toe hebben beter. Ik heb mijn ouders beter leren kennen, eigenlijk. Dat is heel bijzonder. Tijdens de reis heb ik ze heel veel gebeld. Als ik iets niet kon plaatsen of als ik niet op een woord kwam, bijvoorbeeld. Ze waren een soort Google voor me.'
Dat verlangen om een keer terug te gaan, was dat er altijd al?
'Ik ben altijd nieuwsgierig geweest, ja, ook door de verhalen van mijn ouders. Maar ik ben ook in het westen opgegroeid. Voor 9/11 vroegen mensen 'waar ligt dat?' als je zei dat je uit Afghanistan komt, maar daarna werd het: 'Oh.. Je komt uit Afghanistan.' Er kwam een negatieve lading op het land te liggen, en ik kreeg ook een deel van die negatieve associatie mee. Er is de afgelopen twintig jaar ook ontzettend veel oorlog geweest. Tegelijkertijd voelde ik binnen mijn gezin vooral de liefde voor het land. Mijn vader is op een gegeven moment gedichten gaan schrijven over Afghanistan, die ook in de afleveringen terugkomen, en via die gedichten leerde ik de schoonheid van het land te kennen. Ik bevond me dus in twee verschillende werelden. Toen de westerse militairen zich in 2021 terugtrokken en het land in handen viel van de Taliban, voelde ik daar veel bij. Hopeloosheid, voor al die vrouwen, maar ik dacht ook: is dit dan het einde van mijn ontdekking van Afghanistan? Is het nu helemaal afgelopen? Het voelde alsof ik nooit meer zou kunnen gaan, tot nu. Onder hele rare omstandigheden, het is rustiger onder de Taliban dan onder de NAVO-troepen, was het ineens een optie.'
En dus ging ze, met een cameraploeg die grotendeels uit vrouwen bestond. Een bewuste keuze, want als cameraman mag je geen woning in waar alleen vrouwen wonen. Een cameravrouw, daarentegen, kan op veel meer plekken komen. Bovendien zorgde het voor meer vertrouwen onder de Afghaanse vrouwen die ze spraken. De enige twee mannen in de crew waren een geluidsman en de 'fixer'. Hila: 'Dat was uiteindelijk heel prettig, want een geluidsman mag ook mannen zenderen. Een fixer is je persoon in het land zelf, die het binnenstebuiten kent en de contacten heeft. Dat moet in dit geval een man zijn, daar kom je niet onderuit.'
Het Afghanistan waar ze in terechtkomen is herstellende van tientallen jaren aan bloederige oorlogen. Toen de Amerikaanse troepen zich in 2021 uit het land terugtrokken, greep de streng-islamitische Taliban de macht. Met name vrouwen krijgen steeds strengere wetten opgelegd. Zo moeten ze zich bedekken, mogen na hun twaalfde niet meer naar school, mogen bijna alleen maar in de zorg of als ondernemer werken en mogen zonder mannelijke begeleiding niet verder dan vijftig kilometer reizen. Maar dat betekent niet, zoals Hila al eerder noemde, dat er geen verzet is. Zo maken we in de eerste aflevering kennis met een vrouw die als imker kostwinner is voor haar acht kinderen. Ze wordt bedreigd door de Taliban en is zelfs gevangen gezet, maar rijdt toch elke dag op de motor naar haar bijen. Een andere, jongere vrouw neemt Hila mee naar een geheime taekwondoschool, waar meisjes les krijgen. De eigenaresse van het pand maakt zich regelmatig zorgen dat de meiden te veel geluid maken. Dan kan de locatie ontdekt worden.
In hoeverre klopt het beeld dat wij hier hebben met hoe het er daadwerkelijk aan toegaat in Afghanistan?
'Een groot deel klopt, maar niet alles. Zo heb ik voorbij zien komen dat vrouwen nog maar met een oog mogen kijken, omdat ze hun tweede niet nodig hebben. Of dat vrouwen niet meer mogen praten op straat en zelfs niet in een raam te zien mogen zijn, omdat ze dan het oog van een man op kunnen vangen. Die dingen heb ik niet teruggezien, en de mensen die ik heb gesproken kenden het ook niet. Vrouwen komen nog steeds op straat, ook zonder mannelijke begeleider. Ze kunnen inderdaad niet ver reizen, de grens over voor medische hulp of vluchten, maar de Afghaanse vrouw is niet monddood. De situatie is zeker slecht, want meisjes en vrouwen moeten onderwijs kunnen volgen, dat staat als een paal boven water, maar door te ontkennen wat ze wel kunnen en doen, ontkennen we ook het harde werk van vrouwen die zich inzetten.'
Lees ook: Hila Noorzai: 'Voor haar is het genoeg. Voor mij moeilijk te accepteren'
Je hebt een hoop vrouwen gesproken. Welke verhalen zijn je het meest bijgebleven?
'Alle verhalen zijn bijzonder op hun eigen manier, maar het verhaal van Halima, dat in aflevering 2 naar voren komt, raakte me heel erg. Zij was gynaecoloog in opleiding, maar op de dag dat ze haar examen zou afleggen, werden de examens stopgezet. Ze heeft haar diploma nooit kunnen halen. Haar man is gevlucht en heeft gezinshereniging aangevraagd, maar dat proces duurt enorm lang. Ondertussen zit zij alleen in Afghanistan, met een baby die haar man nooit ontmoet heeft en ouders die ziek zijn. Eigenlijk is ze de man in het gezin, maar dan zonder dezelfde rechten. Nu geeft ze les aan meiden die vroedvrouw willen worden, want ze mag nog steeds niet werken als gynaecoloog. Hoe zij daar helemaal in haar uppie zat, vond ik hartverscheurend. In Nederland denken we altijd: als je maar hard genoeg werkt, kun je alles worden wat je wil. Lukt het niet, dan ligt het aan jezelf. Daar ben ik ook groot mee gebracht. Terwijl in Afghanistan geldt: hoe hard je ook werkt en hoe slim je ook bent, voor jou als vrouw is niet alles mogelijk.'
Je hebt ook een hoop Taliban gesproken. Hoe was dat?
'Anders dan ik had verwacht. We zien hen al snel als één groep, maar eigenlijk bestaat die groep uit mensen die allemaal anders denken. Je hebt hele conservatieve Taliban, zoals de mannen die bij het Ministerie van Vice en Virtue werken. Dat was vroeger het Ministerie van Vrouwenzaken, en dat is het nu nog steeds, maar dan gaat het om vrouwenzaken als dat je je verplicht moet bedekken. Zij zien zichzelf als dokters van de geest en dragen ook witte doktersjassen. Maar er zijn ook progressieve Taliban, die een hele andere leer aanhangen en inzien dat je niet de helft van de bevolking uit kan schakelen. Zij willen wel dat hun vrouwen en dochters naar school gaan. De groepering kun je dus niet over een kam scheren.'
Dat is hoopvol.
'Ja, dat is hoopvol, maar het land is nu vooral aan het herstellen. Er is een lange tijd oorlog en weinig ontwikkeling geweest. Hoe moet je het belang van onderwijs uitleggen aan mannen en vrouwen die nooit naar school zijn geweest? Er zijn ook vrouwen op het platteland die het allemaal wel prima vinden. Die zijn niet bezig met vrouwenrechten, maar met: wat moet ik morgen eten? En: wat ben ik blij dat mijn zoons weer veilig thuiskomen, na al die burgerslachtoffers die zijn gevallen en ook oorlogsmisdaden die hebben plaatsgevonden. Dat zij dat voelen, is ook heel valide. Dus ja, het is hoopvol. Ik heb ook hoop, zeker, maar het is een heel complex land. Maar er moet hoop zijn. Hoop is geen luxe, hoop is noodzaak.'
Hila voorbij de Taliban is vanaf vanavond elke zondag om 20.20 te zien op NPO 2. Ook vind je na vanavond alle drie de afleveringen alvast op NPO Start.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))