Ik ben niet altijd de perfecte stiefmoeder geweest, maar wie is dat wel?

Column

Ik ben niet altijd de perfecte stiefmoeder geweest, maar wie is dat wel?

Chantal Janzen
Door

Chantal Janzen

Gepubliceerd op

10 oktober 2023 om 09:00

Bron / Fotografie

fotografie Ruud Janssen

Gepubliceerd op

10 oktober 2023 om 09:00

Bron / Fotografie

fotografie Ruud Janssen

'Hoeveel? Drie??' Dat was zestien jaar geleden vaak de reactie van anderen als ik vertelde dat mijn nieuwe vriend al kinderen had.

Ik kende Marco al van jongs af aan. Ik was 16, hij was zeven jaar ouder. Mijn broer Roger werkte voor hem in een grand café in Venlo en altijd als ik Marco zag lopen, dacht ik: leuke man. Maar hij had een relatie en samen hadden ze al een dochter, dus dat was een no-go. Ik moet zeggen dat ik niet eens tegen hem durfde te praten. En het leuke – lees: pijnlijke – is: hij kan zich mij niet eens herinneren. Yep, heel erg. Een aarzelend ‘hoi’ was de enige communicatie die ik ooit met hem had, vanaf een barkruk in café De Gouden Tijger. Daarna ben ik hem nooit meer tegengekomen.

Heel veel later, volgens mij zelfs acht jaar daarna – hij was inmiddels al een paar jaar gescheiden – kwam ik hem tegen in Amsterdam. Met twee vriendinnen zat ik op het Marie Heinekenplein, op een terras waar we echt nooit zaten. Geen idee waarom die middag wel. Maar ineens zie ik hem zitten, Marco. Marco uit Venlo. Hij zat aan een tafeltje met een man. Een vriend, bleek later. Schuw als ik ben – ja je leest het goed, ik ben schuw als het gaat om vreemden – zat ik eerst heel lang onafgebroken te kijken. Te staren. Mijn twee vriendinnen werden er gek van, vonden mijn afwezigheid ongezellig, en Anouk zei: ‘Kom, we lopen erlangs. Ik ga pinnen en jij loopt mee. Dan hoef je niks en kun je hem van dichterbij bekijken.’

Dat leek me een goed en vooral veilig plan. Ik had hem immers al zo’n acht, negen jaar niet meer gezien. God weet hoe-ie er nu uitziet, weet jij veel. Ik liep achter Anouk aan. Toen zij rechts afboog naar de pinautomaat, liep ik niet achter haar aan: ik móést naar hem toe. Geen idee waarom, het was alsof ik niet meer nadacht en alleen mijn lijf maar werkte. Ik moest naar hem toe en ik moest iets tegen hem zeggen. Alsof ik bestuurd werd door iets of iemand, leek het. ‘Jij bent toch Marco, Marco uit Venlo?’ zei ik bleu tegen hem. Hij antwoordde met een lach: ‘Ja, en jij bent Chantal, Chantal van Roger toch?’ Oké, ik zag meteen: hij is nog even leuk. Misschien nog leuker dan vroeger. ‘Wat doe je hier?’ vroeg ik. Hij vertelde dat hij sinds kort in Amsterdam woonde en het nog vrij nieuw voor ’m was hier. Anouk was inmiddels bij me komen staan en hoorde verbaasd aan dat ik zei: ‘Noteer mijn nummer even, mocht je ooit iets willen weten hier, dan mag je me bellen.’ Nou, dat doe ik echt never nooit, mijn nummer zo snel aan mensen geven. Maar nu ‘moest’ het ook weer. Geen idee hoe dat kwam, het leek alsof ik niet anders kon.

En deze ontmoeting, op een warme Amsterdamse zomeravond in 2007, was het begin van een liefde die tot op de dag van vandaag de basis vormt van alles. En ‘alles’ is voor mij: wij twee, en vijf kinderen. Esmée, Isaa, Zion, James en Bobby. Het is, op wat hobbels na, van het begin af aan altijd al een mooie fijne en gelukkige familie geweest. Met bepaalde ‘cadeaus’. Zo hebben mijn ouders in het begin nooit, maar dan ook nooit gezegd: moet je dit nou wel doen, een man met al drie kinderen? Hun moeder, Marco’s vorige partner, is al zo lang ik haar ken één en al liefde, was zelfs voogd van James tot zijn vijfde, en is een geweldige moeder en – inmiddels – oma. Ik bel met haar als er iets is met de drie oudsten, en we helpen elkaar wanneer we dat nodig vinden. Ik ben niet altijd de perfecte stiefmoeder geweest, maar wie is dat wel? Je bent jong, je hebt zelf nog geen kinderen, en je wil het liefst 24/7 met je nieuwe geliefde zijn, zonder hem te hoeven delen. Maar dat delen, dat moet nu eenmaal. Ze zijn er, die kinderen, en dat moet jij als volwassene accepteren. Je moet daar met z’n allen een manier in vinden. In hoe je met elkaar om gaat en communiceert. En je moet elkaars grenzen respecteren. Dat is echt niet altijd makkelijk.

Vanaf de geboorte van James begreep ik het steeds meer, het moeder-zijn, de moeder-kindrelatie. En vanaf Bobby nog meer. En nu? Nu is het al jarenlang zo dat ik ze mis als ik ze niet vaak zie, dat ik het echt niet trek als ze niet lang met ons op vakantie willen omdat ze ook een eigen leven hebben, en ik smelt als ze alle vijf samen zijn. En als kersje op de taart banjerde daar afgelopen zomer op vakantie ook nog eens een nieuw wezentje van een jaar oud tussendoor. Wat een geluk dat ik bij deze mensen mocht gaan horen, dacht ik toen. Dat ze mij geaccepteerd hebben, hoe kinderachtig ik soms vroeger heb gedaan uit pure jaloezie. Dat ze mij hebben geleerd om open te staan voor hen, en dat het ook oké is als het niet gaat zoals ik het in mijn hoofd had.

Een bonusgezin hebben is eigenlijk een hysterische, volle, drukke, chaotische kruiwagen met kikkers. Je denkt op een moment: ha, nu zitten ze er allemaal in, nu hebben we het voor elkaar. En hup, net als je dat hebt gedacht springt er weer eentje uit, is er weer reuring en chaos. Maar die kruiwagen zal ik mijn hele leven lang met alle liefde en kracht die ik in me heb voortduwen. Met al die kikkers erin. Want dit zijn wel mijn kikkers. De allerleukste die er zijn.

&C's nieuwste editie is vanaf nu verkrijgbaar

4 ,99

delen
Chantal Janzen

Je weet wel, die van &C. Maar ook moeder, echtgenote, presentatrice, actrice, zangeres, danseres én wil het liefste iedereen blij maken. Lukt overigens niet altijd. Maar ze doet echt haar best.

Wil je ook lezen

Meer van deze auteur