Door: Anne van Aartrijk
Na Man in Nood en Spuug van God komt Willem de Bruin, die bekend werd als helft van The Opposites, vandaag met zijn derde solo-album. Op Jongen van de Zon horen we een lichtere, vrijere Willem. ‘Ik heb weer zin om onderdeel te zijn van het feestje.'
Als rapduo The Opposites in 2014 uit elkaar gaat, voelt dat voor velen abrupt. Ook voor Willem de Bruin, kortweg Willem, want het is jeugdvriend Twan van Steenhoven die de stekker eruit trekt. Met het album Man in Nood luidt Willem in 2018 vervolgens zijn solocarrière in, maar laat hij ook een andere kant van zichzelf zien. Bloedeerlijk rapt hij over de donkere periode waar hij na de breuk in belandde, vol depressie, angstaanvallen en therapie. In 2024 volgt Spuug van God, waarin hij minstens zo eerlijk reflecteert op opgroeien in een klein, wit dorp als jongen van kleur en niet weten waar je bij hoort. En nu komt daar, niet geheel toevallig op een zondag, Jongen van de Zon bij.
‘Jongen van de Zon gaat over heel veel dingen,’ begint de 40-jarige Willem, ‘maar allereerst over dat waar we ons bestaansrecht aan verlenen: de zon. Als iemand met een biculturele achtergrond heb ik me vaak afgevraagd: waar hoor ik thuis? Wat is eigenlijk mijn plek? Totdat ik me realiseerde: ik kan mezelf de hele tijd die vraag blijven stellen, of ik kan gewoon een positie innemen die goed voelt. Als we het hebben over ‘ergens bij horen’, hebben we het over waar je geboren bent, wie je ouders zijn en welke cultuur daar bij hoort. Dingen die niet vanuit de natuur komen, maar die we als mensen hebben bedacht. Iets dat wel uit de natuur komt, veel groter is en ons allemaal verbindt, is de zon. In plaats van me zorgen te maken over binnen welke grenzen ik ben opgegroeid en of ik daar mijn identiteit aan moet verlenen, besloot ik het groter te zien dan dat. De zon is het middelpunt van ons universum, niet wijzelf. Als ik iets ben, dan is het een jongen van de zon.’
Man in zijn hoofd
Het album is dus, op z’n Willems, poëtisch. Tegelijkertijd is het lichter, vrolijk, dansbaar. Betekent dat dat de artiest zich ook op een lichte vrolijke plek in zijn leven bevindt? ‘Jazeker. Ik ben heel trots op het werk dat ik eerder heb gemaakt, en het heeft bijgedragen aan waar ik vandaag de dag ben en wat ik nu te vertellen heb. Sowieso zal ik altijd iemand zijn die het hart op de tong heeft en dingen niet mooier maakt dan ze zijn, maar ik ben op dit moment mentaal op een betere plek, ja. Ik heb weer zin om onderdeel te zijn van het feestje, en dus heb ik muziek gemaakt die wat meer feest ademt.’
Dat wil overigens niet zeggen dat de zware gedachten zijn verdwenen, want die zijn er nog steeds. Dagelijks zelfs. ‘Door een jaar heen ken ik het hele kleurenpalet,’ vertelt hij. ‘Maar dat is ook het verhaal van dit album: het licht kan er alleen zijn als het donker er ook is. De strijd maakt het mooi. De worstelingen zorgen voor antwoorden. Als je middenin zo’n donkere periode zit is het niet leuk, maar als je er op een gegeven moment met afstand naar kunt kijken, dan doe je dat vaak vanuit een plek van dankbaarheid. Vanuit die plek heb ik dit album geschreven.’
Het klinkt bijna alsof hij inmiddels vrede heeft met hoe zijn hoofd in elkaar zit, maar dat is niet het geval. ‘Nee,’ zegt hij resoluut, en daarna lachend: 'Ik zou nog steeds de gebruiksaanwijzing willen kennen. Was die er maar. Ik ben en blijf gewoon iemand die zoveel in zijn eigen hoofd zit en alles kan overdenken. Wie ik ben in vriendschap bijvoorbeeld, maar ook als vader en als partner. Daarbij twijfel ik aan de kleinste handelingen. Maar ik heb inmiddels ontdekt, hoe belangrijk het ook is om soms stil te staan en je gedachten te laten zijn, dat het voor mij het beste werkt als ik blijf bewegen. Blijf maken. En dan niet te veel nadenken over wat voor muziek dat moet zijn, voor wie en waarom, maar loslaten en gewoon maken.’
Lees ook: The Opposites komen na 13 jaar met nieuwe muziek én een liveshow
Mowgli
Op Jongen van de Zon zijn ook Curaçaose invloeden te horen, het eiland waar zijn vader vandaan komt en waar Willem sinds een paar jaar de helft van de tijd woont. Samen met zijn gezin pendelt hij tussen het Caribische eiland en Amsterdam. ‘Ik voelde de behoefte om dat deel van mezelf op te zoeken,’ legt hij uit. ‘Ook daarin wilde ik me niet meer de hele tijd afvragen op welke manier het bij me hoorde. Als ik wilde dat Curaçao een deel van me was, moest ik dat deel claimen, vond ik. Dan moest ik er met mijn eigen voeten op de grond staan.'
Wonen op het eiland bevalt, maar ‘thuis’ blijft een ingewikkeld concept. ‘Ik voel me op Curaçao net zo thuis als dat ik me in Nederland thuis voel, en ik voel me er net zo niet thuis als dat ik me in Nederland soms ook niet thuis voel.’ Goed, dan is er altijd nog die zon. Wat hem in ieder geval goed doet, is het buiten zijn. Het helpt hem uit zijn hoofd te komen. ‘Als kind woonde ik ook even op Curaçao. Nadat we naar Nederland verhuisden, had ik wekenlang dezelfde droom. Ik zag mezelf als een soort Mowgli door de wildernis bewegen, over het strand lopen, vis vangen en de zee in springen. Toen we een paar jaar geleden besloten er gedeeltelijk te gaan wonen, kwam die droom ineens weer terug. Ineens snapte ik: het was een diepe heimwee, een hunkering naar het eilandleven, het buiten zijn en het met de natuur leven.’
Een doorgeefluik
Op de vraag wat hij hoopt dat anderen uit het album zullen halen, heeft Willem een duidelijk antwoord. ‘Dat weet ik niet, en dat maakt me ook niet zoveel uit.’ Hij heeft het album met liefde gemaakt en hoopt dat het vernieuwend is, maar verder? ‘Ik ben eerder benieuwd naar wát anderen eruit halen, dan dat ik op een specifieke interpretatie hoop. Dat vind ik interessanter dan mijn eigen boodschap overbrengen. Wat wel grappig is, mijn muziek is soms zó persoonlijk, dat ik letterlijk een situatie uit mijn leven beschrijf. Vervolgens komt er iemand naar me toe die zegt: ‘Ja, dit nummer gaat over mij. Dit is mijn nummer. Ik heb precies meegemaakt waar dit nummer over gaat.’ Eh, denk ik dan, nee, het gaat écht over mij. Het is bijzonder hoe anderen er ook zo’n sterk gevoel bij kunnen hebben.’
‘Kijk,’ gaat Willem verder, ‘ik heb ook last van een imposter syndrome en denk altijd dat ik niet goed genoeg ben. Mijn ego wil het liefst te horen krijgen dat ik de allerbeste ben, dat ik het allerbeste album heb gemaakt en dat ik daar ook meteen het meeste geld mee verdien. Maar als ik die onzekerheden naast me neerleg, kom ik uit op: ik ben niets anders dan een doorgeefluik.’
Het lijken wat weinig credits voor iemand wiens debuutalbum door veel mensen als een van de beste Nederlandstalige hiphopalbums wordt gezien, maar hij ‘meent het wel’. ‘Het klinkt zo cliché en zoetsappig, maar het moment dat er iemand naar me toe komt die ik niet ken en diegene durft ineens zijn hart te luchten, enkel omdat diegene een nummer van me heeft gehoord? Dat is het grootste dat er bestaat. Als ik een roeping heb in het leven, is dat het. Via muziek verbinding met anderen kunnen maken.’
Het album Jongen van de Zon is nu overal te beluisteren.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))