Door: Kim Hopmans
Liefde op het eerste gezicht, een pittige bevalling en een bizár goedlachse baby. Barbara Sloesen en Joost Hofman over liefde, luiers en leven met zoon Shaffy.
Babbelend komen Barbara Sloesen en Joost Hofman met hun kinderwagen aan op het terras van De Plantage, naast Artis. Een beetje hun ‘achtertuin’, ze wonen namelijk een paar straten verderop. Niet groot, wel knus, in de luwte van de stad, een straat waar alle buren elkaar kennen, en op mooie dagen iedereen gezellig op straat borrelt. ‘In de zomer moet je leven,’ lacht Joost. Tijdens ons gesprek ligt Shaffy, hun halfjaar oude zoontje, vredig in zijn kar te slapen.
Jullie ogen ontspannen. Hoe bevalt dit eerste
halfjaar als pa en moe?
Joost: ‘Gister vroegen ze bij het consultatiebureau of we nog vragen hadden. ‘Ja...’ zei ik, ‘we maken ons een klein beetje zorgen, want Shaffy lácht alleen maar.’
Barbara: ‘Die vrouw keek ons aan van: eh, als dít je probleem is.’
Joost: ‘Terecht natuurlijk. Ik voel me bijna schuldig als ik zeg hoe goed het gaat, veel van mijn vrienden hebben inmiddels wallen tot op hun knieën!’
Barbara: ‘In het begin zei iedereen: ‘Wacht maar.’ Maar... we wachten nog steeds. Tot nu slaapt Shaffy goed en huilt hij amper, waardoor ik deze eerste maanden alleen maar ontzettend leuk én overzichtelijk vind. Ik ben meer gespannen over wat hierná komt. Dan krijg je een kind met een eigen wil, een oordeel, een mening, dan word je écht ouders. Een baby moet je – heel plat gezegd – gewoon in leven houden.’ Ze lacht. ‘Misschien wil Shaffy ons tegemoetkomen vanwege de toch wel heftige start, en is-ie daarom zo relaxed.’
Die start was allesbehalve zorgeloos.
Barbara: ‘Nou. Na twintig uur weeënstorm kwam Shaffy blauw en slap ter wereld. Hij werd meteen meegenomen. Eerst de High Care, daarna de Intensive Care, continu aan de beademing... Hij werd helemaal doorgelicht, het bleek een epileptische aanval. Het was de meest helse week van ons leven. Je voelt ook een vreemde disconnectie. Blíjkbaar had ik net een kind gebaard, want ja, hij ligt daar, maar ik weet nauwelijks hoe hij eruitziet of hoe hij voelt. Tegelijkertijd gieren de hormonen en emoties door je lijf. Onbewust houd je ook afstand, denk ik, om jezelf te beschermen. Als ik er nu aan terugdenk, voelt die week als één grote brij. Alsof hij tien weken duurde.’
Joost: ‘Het was zó stressvol. Eén keer liep ik vanaf het toilet terug naar Shaffy’s kamer, maar nam per ongeluk de verkeerde gang. Ik kwam uit in een lege, steriele ruimte en dacht alleen maar: waar is mijn kind? Ik barstte acuut in huilen uit. Gelukkig bracht een verpleegkundige me terug naar de juiste afdeling. Ik weet ook nog dat het verplegend personeel ons steeds ‘papa’ en ‘mama’ noemde, en ik alleen maar dacht: hij ligt aan zeventien snoeren, er is nog niets wat mij definieert als ‘papa’.’ Hij lacht: ‘Maar misschien waren ze gewoon mijn naam vergeten.’
Barbara: ‘Wij vonden dat toen best irritant. Maar achteraf vermoed ik dat ze ons bewust zo noemden, om ons aan hem te verbinden, om de afstand te verkleinen. Op een gegeven moment begon dat bij mij te landen. Maar jij hebt het daar nog best lang moeilijk mee gehad.’
Joost: ‘Mijn vrienden spraken steeds over die enorme tsunami van liefde zodra hun kind werd
geboren. Ik voelde dat helemaal niet. En daar voelde ik me dan weer schuldig over. Ik kon die enorme angst die ik in het ziekenhuis voelde ook niet rijmen met het gebrek aan connectie daarna. Pas een paar maanden geleden kwam dat gevoel ineens vanzelf. Gelukkig maar.’
Wat deed die week met jullie als stel?
Barbara: ‘Gek genoeg was dat het mooie binnen alle ellende: we wisten natuurlijk al dat we elkaar ontzettend leuk vonden en een goed team waren. Maar daar voelde ik dat wij echt álles aankunnen met z’n tweeën.’
Joost: ‘We hadden ook geen behoefte aan andere mensen, alleen aan elkaar. En die hele situatie heeft ons denk ik minder bang gemaakt.’
Barbara: ‘Eerst was de vraag hoe we ooit naar huis moesten zonder twintig verpleegkundigen mee te nemen. En een week later wilden we juist niets liever dan met z’n drieën zijn. We kwamen heel relaxed thuis. Op het vlak van moederschap, vind ik nu niks meer spannend. Ik maak me nergens druk om. Het ergste hebben we namelijk al gehad, en dat konden we ook aan.’
Voel je je inmiddels anders dan vóór Shaffy?
Barbara: ‘Laatst appte ik iemand de woorden: ‘Dan moet ik wel mijn zoontje meenemen’. Gek. Shaffy of ‘de baby’... dat klopt wel, maar ‘zoontje’ maakt het heel officieel.’
En maakt jou ook echt ‘een moeder’ bedoel je?
Barbara: ‘Ja! Dat vind ik ook nog steeds raar klinken.’
Joost lacht: ‘Maar als jij ’s ochtends met die twee kolfdingen op je borsten zit, dan zie ik wel écht een moeder zitten, hoor. Een heel goeie, dat wel.’
Barbara: ‘Dat snap ik, maar het voelt niet alsof er van binnen iets heel wezenlijks is veranderd. Ik voel me nog steeds heel erg Barbara. Wel vind ik het heel vanzelfsprekend dat Shaffy er is en dat ik voor hem zorg, misschien is dát moeder zijn.’
Joost: ‘Ik denk soms nog steeds: wat doet die gozer van een halfjaar eigenlijk op onze bank? En dan zie ik in een fractie ineens hoe ontzettend hij op Barbara lijkt. Wacht eens even... dat is gewoon óns kind. Dat blijft zo bizar.’
Hoe Barbara en Joost de zorgtaken hebben verdeeld en hoe hond Charlie reageerde op de komst van Shaffy? De rest van het interview lees je in &C's Babyspecial.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))