Door: Lisa Loeb
Het klinkt als iets wat een Amerikaanse tradwife met zeven kinderen op een congres over traditionele gezinswaarden zou roepen. Maar het kwam vorige week uit de mond van Els van Doesburg, waarnemend burgemeester van Antwerpen en zelfverklaard, trotse conservatief.
Van Doesburg vindt namelijk dat moeders te veel klagen. Op sociale media zou het te vaak gaan over hoe zwaar het moederschap is en te weinig over de vreugde ervan. Daarom sluit ze toespraken voor voornamelijk vrouwelijke zalen tegenwoordig af met bovenstaande oproep.
Een politicus die vrouwen vertelt dat ze minder moeten klagen over het moederschap en vervolgens aanspoort om zoveel mogelijk baby’s te krijgen. Kijk, daarvan gaat mijn baarmoeder dus spontaan in de weigerstand.
Het probleem is niet dat Van Doesburg zelf dolgelukkig wordt van het moederschap. Ik hoop het van harte voor haar. En het klopt: er is tegenwoordig veel aandacht voor de zware kanten ervan en er zullen vast algoritmes bestaan waarin de moederschapsellende je na drie filmpjes om de oren vliegt.
Maar het is juist een enorme verworvenheid dat vrouwen tegenwoordig hardop kunnen zeggen wat het moederschap met ze doet. Dat ze naast de liefde, de trots en de warme armpjes om hun nek ook mogen vertellen over uitputting, verveling, spijt, woede of het verlangen om één keer naar de wc te gaan zonder publiek (dit laatste is mij na 2,5 jaar moederschap nog altijd niet gelukt).
Hoe anders was dat voor de generaties vrouwen vóór ons, voor wie moeder zijn als vanzelfsprekende bestemming gold en van wie vooral werd verwacht dat ze er niet over zeurden. En uitgerekend nu vrouwen eindelijk de ruimte hebben om óók te vertellen wat er achter die roze wolk gebeurt, worden ze door een politicus weer weggezet als klagende moeders. Dat klinkt verdacht veel als een heel oude verwachting in een modern mantelpak.
En ik kan die boodschap moeilijk los zien van Van Doesburgs zelfverklaarde conservatisme en haar oproep om zoveel mogelijk baby’s te maken. Wereldwijd dalen de geboortecijfers en juist in conservatieve kringen klinkt steeds nadrukkelijker de roep om méér kinderen. Daar krijg ik het benauwd van. De vrijheid om zelf te bepalen óf je kinderen wilt, wanneer en hoeveel, is nou juist een van de grote verworvenheden van de vrouwenemancipatie. Ik heb liever dat politici zich bezighouden met de omstandigheden waarin we die kinderen moeten grootbrengen dan met de bezettingsgraad van mijn baarmoeder.
Dus ik heb ook een oproep voor Van Doesburg en alle andere politici: zorg dat ouders werk en zorg daadwerkelijk kunnen verdelen. Zorg voor betaalbare, toegankelijke kinderopvang. Zorg dat een kind krijgen voor vrouwen niet nog steeds veel grotere gevolgen heeft voor hun werk en inkomen dan voor mannen. Misschien blijken vrouwen dan uit zichzelf prima in staat om te bepalen hoeveel kinderen ze willen, zonder reproductief advies vanaf het Antwerpse pluche.
En luister ondertussen naar de vrouwen die al moeder zijn. Ook als ze zeggen dat het zwaar is. Misschien zijn hun eerlijke woorden geen imagoprobleem van het moederschap dat moet worden opgelost, maar gratis beleidsadvies. Dat lijkt me effectiever dan vrouwen vertellen dat ze minder moeten klagen en daarna roepen dat ze er nog een paar moeten maken.
Mijn baarmoeder blijft in ieder geval gesloten.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))