Door: Anna Karolina Caban
Gehypnotiseerd staar ik naar zijn benen en bilpartij als ik achter hem de trap oploop. De losvallende stof van zijn linnen broek lijkt om zijn lijf te dansen. Hij zet zijn stappen gecontroleerd en houdt mijn hand stevig vast. Ik kijk naar zijn onderarm. Krachtig, gebronsd en o zo sexy. Mijn zwakte voor stevige mannenarmen speelt op.
In mijn fantasie glijd ik er met mijn tong overheen en bijt er zachtjes in. Dan laat ik mijn wang ertegenaan rusten en voel het hart kloppen door met mijn slaap tegen zijn post aan te drukken.
‘Au,’ gil ik ineens uit wanneer ik mijn knie tegen een traptrede voel bonken en bruut uit mijn dagdroom ontwaak.
‘Gaat het? Wat gebeurde er in hemelsnaam?’ vraagt hij en kijkt verbaasd naar mijn rode knie.
Ik trek mijn hand uit de zijne en leg mijn palm over mijn verse schaafwond. Hem vertellen waar ik precies over liep te dagdromen lijkt me geen goed idee. Dit is niet een man die prat gaat op verliefde fans, lijkt me.
Hij zegt geen woord, tilt me op alsof ik zo licht als een veertje ben en schopt met zijn been tegen een deur die op een kier openstaat in een lange donkere gang.
‘Blijf zitten,’ gebied hij me en loopt richting een kast. Hij trekt een lade open, pakt een paar spullen eruit en komt bij me terug. De kamer is half verlicht door de maan en ik kan zo hier en daar wat objecten ontwarren, maar het algemene gevoel is ietwat onbehaaglijk.
Zijn blik staat geconcentreerd op het moment dat hij mijn knie inspecteert.
‘Niet handig dit. Je bloedt. Dit is een oud huis. Geen idee wat voor rotzooi hier allemaal op de grond en trap te vinden is. Ik ga dit even schoonmaken, oké?’
Als een klein kind dat gevallen is op het schoolplein, kijk ik naar mijn meester. Ik knik.
Hij knielt aan mijn voeten en begint mijn geschaafde knie schoon te maken met een vochtig desinfecterend doekje. Ik voel niks, tenminste, geen pijn of ongemak. Het enige wat ik voel is verlangen naar alles wat zich voor me afspeelt.
Zijn haren hangen nu nonchalant voor zijn gezicht. Het licht van de maan schijnt binnen door de hoge ramen en raakt de helft van zijn lichaam. Als ik niet beter zou weten, zou ik denken dat er een prachtig marmeren kunstwerk voor me staat. Zijn brede schouders, slanke taille, gespierde benen. De knielende Atlas. Ik slik.
Rustig knipt hij een stuk pleister af en plakt deze over mijn wond. Met de andere hand ondersteunt hij me bij mijn kuit. Mijn jurkje is inmiddels in zoverre opgekropen dat het niet anders kan dan dat hij vrij zicht heeft op mijn slipje, mits hij zo brutaal is om überhaupt daar te kijken.
Het blijft stil. Ongemakkelijk stil. Ik hoor zowel mijn ademhaling als ook de zijne. Het gemompel van de mensen beneden voorziet het moment van aangename melodie.
‘Ik kan je ruiken.’
Ik schrik van zijn woorden.
Hij vervolgt.
‘De geur van dauw en honing. De zoetige elixer.’
Hij spreekt de woorden nu uit alsof hij een gedicht voordraagt.
‘Waarom ben je hier?’ vraagt hij streng.
Ik voel zijn hand in mijn kuit knijpen. Duizenden elektrische schokken lijken door me heen te gaan.
‘Eh, je hebt me uitgenodigd,’ stamel ik terug.
‘Je gaat in op een uitnodiging van een vreemde, op een vreemde plek? Wat is jouw verhaal? Ben je het leven beu?’
De sfeer voelt zwaar en angst slaat om mijn keel. Ik denk aan zijn slachtoffers. Ik denk aan al de vrouwen uit zijn werken. Het verhaal is altijd hetzelfde: een vrouw voelt verleiding en geeft eraan toe. Ze mist haar wilde kant en kan er niet voor vluchten. De mannelijke hoofdpersoon weet dit en speelt erop in. En dat is precies wat hij hier lijkt te doen. Of is het juist precies andersom? Hoe ging dat riedeltje precies? It’s art imitating life, toch? Of in dit geval life imitating art?
Mijn klit klopt inmiddels als een genadeloze harde pit. Ik krijg mijn gedachten niet helder. Geen idee wat het beste is om hierop te antwoorden. Ik kan gewoonweg niet beslissen of ik in gevaar ben of beland ben in een ware droom.
Mijn mond gaat open:
‘Ik neem niet aan dat je zo voorspelbaar bent als je boeken.’
Voor ik het weet heb ik de woorden gezegd en kijk ik in zijn duistere ogen.
wordt vervolgd
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))