Flying secrets
Nienke (deel 4): The flower from Amsterdam
Flying secrets
Gaia (deel 6): Fight after flight
flying secrets
Gaia (deel 3): turbulentie
flying secrets
Nienke (deel 1): de crewborrel
Rutger Lemm
Column: 'Elke dag heb ik wel een keer spijt van zijn komst'
Malou Holshuijsen
Column: Viva valium
Malou Holshuijsen
Buurman, wat doet u nu? (Deel 2)
Flying secrets
Nienke (deel 6): Loslaten
Hanneke Hendrix
Column: Het gangetje
Malou Holshuijsen
Imperfectie-gram
Malou Holshuijsen
Je bent mijn mattie, Steve
Rutger Lemm
Column: Vliegreis-met-baby
Hanneke Hendrix
Geitenkaaslollytestikel
Hanneke Hendrix
Dag huis
Hanneke Hendrix
De kinderdagverblijf-paracetamol-zetpil-truc
Hanneke Hendrix
Op het consultatiebureau
Hanneke Hendrix
De diva en de dronkenlap
Malou Holshuijsen
Buurman, wat doet u nu? (Deel 1)
Hanneke Hendrix
De onderkin
Hanneke Hendrix
Ouwe tang
Hanneke Hendrix
Column: Daar word je hard van
Meer bekijken
  1. Moods
  2. Flying secrets
  3. Nienke (deel 5): Time-out
Flying secrets

Nienke (deel 5): Time-out

In het blad kun je elke maand de Flying Secrets van Robin lezen. Haar collega’s Gaia en Nienke delen hun vlieggeheimen online. Vandaag: Nienke (24) die de man van haar leven heeft ontmoet tijdens haar eerste crewborrel. Een man die getrouwd is en kinderen heeft, precies waar de katholieke ouders van Nienke bang voor waren. 

21-3-2018 21:00
Beeld: GettyImages

De marktvrouw ziet eruit alsof ze zo uit een reisgids is weggelopen. Ze draagt kleurige kleding, enkellange rokken en haar zwarte vlecht reikt bijna tot haar knieholten. Wat zegt Stan toch tegen haar? De vrouw overhandigt hem iets. Glimlachend loopt hij naar me toe.

Lees ook: Nienke (deel 4): The flower from Amsterdam

‘Sluit je ogen,’ zegt hij. Dat doe ik. Dan voel ik hoe zijn vingers mijn oorlelletjes aanraken. Teder en zorgvuldig, zoals hij is. Hand in hand lopen we terug naar de marktkraam, waar een grote spiegel staat. In mijn oren steken fantastisch mooie oorknopjes. Opengewerkt zilver, met een kleine maansteen in het midden, helemaal mijn smaak. De Indiaanse dame lacht me vriendelijk toe. ‘Guapa,’ zegt ze.

Even later ploffen we neer op een terrasje. We hijgen allebei van inspanning en in mijn voorhoofd voel ik een lichte druk. Quito in Equador ligt op 3000 meter hoogte, daar moet ik altijd even aan wennen. Toch kan deze dag niet meer stuk. Samen met Stan heb ik ontbeten in een van de koffietentjes in het oude centrum. Empanadas de viento, een soort kaasbroodjes. Als echte toeristen hebben we de basiliek bezocht. We eindigden onze tocht op de Mercado Artesanal, waar ik dus zojuist die geweldige oorbellen kreeg.  

‘Waar denk je aan?’ vraagt Stan, een beetje bezorgd. Ik nip van een gloeiend hete chocolademelk met kaneel. Het is heerlijk zoet en bitter tegelijk. Eigenlijk precies zoals deze dag. Want hoe fijn het allemaal ook is, het is niets meer of minder dan een afscheid.  

Eigenlijk weet ik niet eens waar ik aan denk. Of wat ik voel. Moet ik blij zijn met de time-out? Deze noodzakelijke onderbreking van ons geluk? Stan blijkt de goede vader te zijn die ik in hem zie. Bovendien doet hij dit ook voor mij. Toch voel ik me allesbehalve goed. Eerder verward en leeg van binnen. Want, wat als hij mij vergeet? Dan sluit ik de time-out af met niks. Noppes. Nada.  

‘Niet doen,’ zegt Stan zacht. Hij legt zijn hand op de mijne. ‘Niet zo triest. Het komt allemaal goed.’ Ik huiver. Hoewel de zon fel schijnt, is het fris. Uit een van de plastic tassen pakt Stan een alpacadeken. Het is een harig ding, met schreeuwerige kleuren, zoals ze hier overal verkopen. Stan moest hem per se hebben.  

‘In het najaar zitten we samen onder deze deken,’ zegt hij. Hij drapeert hem plechtig over mijn benen. ‘Maar dan op de veranda van mijn buitenhuisje aan de Loosdrechtse plassen. Dan krijgen we de rust, Nien. Tijd en aandacht, alleen voor elkaar.’  

Eenmaal terug in het hotel is de spanning tussen ons te snijden. In de lift staan we allebei met onze rug tegen de spiegelwand en staren we naar het display waarop de nummers van de verdiepingen voorbij schuiven.  

Het is zover. Straks vliegt Stan verder naar Guayaquil, en blijf ik hier achter. Alleen. Voor Stans kamer nemen we afscheid. ‘Nou. Dit is het dan,’ zeg ik. Ik ben niet zo goed in afscheid nemen. ‘Ja,’ zegt Stan. Hij blijkbaar ook niet.  

‘Nien,’ stamelt hij. ‘Ik…’ Hij slaat zijn armen om me heen en kust me hevig. Ik kus hem terug. Hij grabbelt in zijn zak naar zijn kamersleutel. We ploffen neer op het grote hotelbed, tussen de rondgesmeten kledingstukken en plastic tasjes. We hebben geen tijd te verliezen en we vrijen alsof ons leven ervan afhangt.  

Kort, veel te kort, liggen we in elkaars armen. Dan gaat de hoteltelefoon. Calling. Over een uur moet hij in de lobby staan met zijn bemanning. Stan staat op en begint zich aan te kleden. Ik kijk naar zijn rug, de moedervlekjes op zijn schouders en het litteken op zijn knie. Ik ken ieder plekje van zijn lichaam, ja, ook dat rare, bobbelige staartbeentje, net boven zijn billen.  

‘Dag lief,’ zegt hij, als hij in zijn uniform voor het bed staat.
‘Tot snel.’ ‘Dag,’ zeg ik. Meer komt er niet uit mijn keel.  

Misschien is het een gebrek, dat ik nooit zo goed kan uitspreken wat ik voel. Maar eigenlijk is dat op dit moment niet zo belangrijk. Belangrijk is dat ik een beslissing heb genomen. Ik ga wachten. Op Stan. Zonder mezelf zielig te voelen. Weken. Maanden, als hij daarom zou vragen. Zelfs jaren. Deze man is namelijk iedere seconde meer dan waard.*

Meer lezen