Door: Anna Karolina Caban
‘En wat zou ik dan volgens jou nu doen, als fictief personage?’ vraagt hij kalm.
Ook al stelt hij de vraag en lijkt hij controle over de situatie te hebben, ik weet dat ik de aanstichtster ben van deze hele scène en het precies zo kan sturen zoals ik het voor me zie. Mijn lijf rilt en mijn hart bonst ongeduldig.
Alles aan dit moment voelt intens en bijna niet echt. Ik voel me ineens niet echt meer mezelf, maar inderdaad een van zijn fictieve slachtoffers. Het voelt alsof ik op een toneel sta en een rol speel die ik nog niet heb kunnen repeteren. Ik ken de regels van het spel niet en heb geen idee waar dit heengaat.
Ik kan nog net rationeel samenvatten dat ik op vakantie ben, uitgenodigd ben door hem en dat er slechts op een paar meter afstand van ons mensen gezellig een feestje aan het houden zijn. En toch, toch voelt niks aan wat hier gebeurt als een normale aangelegenheid. De echte wereld is op steenworp afstand, maar wij bevinden ons in een geheel eigen universum.
‘Vertel het me. Verras me,’ zegt hij zacht doch dwingend.
Zijn hand streelt zacht over mijn wang. Ik kijk in zijn ogen en voel de betovering werken. Hij heeft me weten te vangen in zijn web. Ik open mijn mond.
‘Je zou langzaam je handen over mijn dijbenen laten wandelen…,’ zeg ik zonder te weten waar de woorden ineens vandaan komen.
Hij doet precies wat ik zeg en zijn handen gaan langzaam over de naakte huid van mijn benen. Mijn huid reageert direct op de aanraking. Verwonderd kijkt hij neer op mijn rusteloze benen, die nu bedekt zijn onder een laagje kippenvel.
‘En dan? Ga door, wat zou ik daarna doen?’
Ik slik en haal paniekerig adem.
Het voelt zo ontzettend warm en klef tussen mijn benen dat ik bang ben voor wat hij aan zal treffen, mocht het zover komen.
Gelukkig heb ik de regie in handen.
‘Je zou me naar je toetrekken en de haren uit mijn gezicht halen. Iedere centimeter zou je bestuderen van mijn gelaat, totdat je tot het besef zou komen dat er geen andere optie is dan mij te kussen.’
Hij maakt zijn ogen klein en blijft me onafgebroken onderzoekend aankijken.
‘Het is duidelijk dat jij ook schrijft,’ zegt hij bijna spottend. De woorden vallen zo koud op mijn dak dat ik instant wakker schiet uit het magisch moment van zonet.
Hij voelt de shift, staat op en loopt naar een kast in de hoek. De schaduw van zijn lichaam lijkt achtergebleven op de lege plek voor mij. Mijn hart bonst als een bezetene. Ik hang ergens tussen alert blijven en mezelf het liefst willen onderdompelen in alles waar deze man voor staat.
Hij loopt loom naar mij terug en overhandigt me een boek.
‘Deze moet je lezen.’
Ontdaan neem ik het van hem aan en bestudeer de kaft.
‘Het is het beste boek over schrijven. Meer heb je niet nodig,’ zegt hij vol overtuiging.
‘Dank je,’ zeg ik zacht.
De magie van zonet is volledig uit de ruimte verdwenen.
Heb ik het me ingebeeld of waren wij niet net verwikkeld in een heet moment? Ik knipper snel met mijn ogen. Snap totaal niet van wat zich hier afspeelt. Mijn knie klopt na van de val. Mijn benen wankelen op het moment dat ik opsta. Ik wil hier weg. Iets voelt helemaal onwennig nu. Wijn, ik wil wijn. Ik moet mijn gedachten zien te herschikken en weer terug naar de realiteit komen in mijn hoofd.
Dit is dus wat ik altijd doe; ik zie een plot die er wellicht totaal niet is. Alles speelt zich alleen maar in mijn hoofd af.
‘Waar ga je naartoe?’ zegt hij ineens op de toon die me terugbrengt naar de duisternis. Langzaam draai ik me om en zie de transformatie in zijn gezicht. We staan weer op het podium en vervolgen ons toneelspel.
Voor ik het weet voel ik zijn arm om mijn middel en zijn lippen op een millimeter van de mijne.
We zeggen geen woord. Alleen onze ogen spreken. Ik knik. Hij valt aan.
Zijn tong glijdt tussen mijn lippen en ik voel mijn lichaam verzuchten onder zijn krachtige omhelzing.
Het is duidelijk dat hij al een hoofdstuk vooruit loopt op mij.
Wordt vervolgd
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))