Door: Anne van Aartrijk
In de rubriek Mindfuck werpen we een frisse blik op mentale kwesties. Met deze maand: de term ‘narcist’, die we rondstrooien alsof het (zwartglitterende) confetti is, maar die we in werkelijkheid vaak onterecht gebruiken. Hoe zit dat?
Je kent ’t wel
Je collega, je voormalig beste vriendin, en het meest van alles, je ex. Degene die alleen maar aan zichzelf denkt en alles naar diens hand zet, kun je bijna met geen ander woord omschrijven. Een regelrechte narcist. Eén probleem: als we al deze beschuldigingen moeten geloven, dan bestaat de halve wereld uit narcisten. En dat is niet het geval, weten we dankzij de wetenschap. Waarom gebruiken we het woord dan zo vaak?
Van toepassing als
Je niet vies bent van een potje ongevraagd diagnosticeren
Je opvallend veel hits krijgt als je ‘wat een narcist!’ in je WhatsApp geschiedenis intikt
Je minimaal twee voormalige lovers kunt opnoemen die narcisten zijn
Je er nog nooit bij hebt stilgestaan hoe het is om een narcist te zíjn
Modewoord
Hou je de definitie aan, dan is een narcist iemand bij wie een narcistische persoonlijkheidsstoornis is vastgesteld door een psycholoog of psychiater. Daar is, volgens de DSM-5, sprake van bij een hardnekkig patroon waarin iemand zichzelf superieur vindt, een grote behoefte heeft aan bewondering en een gebrek heeft aan empathie. Maar steeds vaker gebruiken we narcist als mode- of scheldwoord, waarmee we bedoelen: een egoïstisch, manipulatief en/of onaardig persoon. Die populariteit zie je ook terug in de vele zelfhulpboeken die rondom dit thema opduiken. Bekende voorbeelden zijn Omringd door narcisten van Thomas Erikson, Hoe overleef je een narcist? van Sarah Davies en Bye bye, narcist van Ilke Verherstraeten, allemaal sinds 2023 uitgekomen.
Meer dan een dader
Iemand die ook een boek schreef over narcisme, maar met een heel andere insteek, is psychotherapeut Frans Schalkwijk. Hij behandelt al veertig jaar mensen met narcisme. Ook hij hoort de term vaker als scheldwoord voor bijkomen. ‘Sociale media verleiden je te geloven in een ideaal dat je zelf kunt manifesteren. Als je overal controle over denkt te hebben, zijn teleurstellingen in een vriendschap of relatie moeilijk te verdragen. Dat los je op door de ander tot dader en jezelf tot slachtoffer te maken. Je hoeft dan geen verantwoordelijkheid te nemen over eventuele verkeerde keuzes die je zelf hebt gemaakt.’ Het gevolg is dat we maar al te graag een narcistensticker op iemands voorhoofd plakken, ook als diens gedrag weinig met narcisme te maken heeft. In zijn boek De onvoorstelbare wereld van narcisme wil Schalkwijk een ander perspectief bieden. ‘We zetten mensen met narcisme, ook in al die zelfhulp boeken, al snel weg als ongelooflijke klootzakken die onveranderbaar zijn. We focussen op de slechte eigenschappen, in plaats van dat we mensen met narcisme echt proberen te begrijpen.’
Niet bewust
‘Iemand met narcisme leeft in een gefantaseerde wereld waarin die persoon zelf ideaal is,’ legt Schalkwijk uit. ‘Dat is alleen niet mogelijk, want niemand is ideaal, waardoor iemand met narcisme constant bedreigd is. Diegene kan niet omgaan met emoties die bevestigen dat diegene niet perfect is, dus gaat die externaliseren. De oorzaak van iets negatiefs kan niet bij diegene liggen, dus ligt hij bij jou. Zelfs als de persoon met narcisme schreeuwt, vindt diegene: dat komt door jou.
Het kan tot een flink potje gaslighting leiden, maar dan komen we bij iets wat Schalkwijk meteen wil ontkrachten. Als we narcist als scheldwoord gebruiken, gaan we ervan uit dat iemand expres manipulatief gedrag vertoont, maar dat is niet zo. ‘Iemand met narcisme weet niet dat die narcisme heeft. Als je tegen zo iemand zegt: kijk eens naar jezelf, dan zegt diegene in alle oprechtheid terug: 'Ik heb geen idee waar je het over hebt.’ Niet dat dat het gedrag minder vervelend maakt, maar het biedt wel een gelaagder perspectief.
Waakzame narcist
Schalkwijk ziet een verschil tussen narcisme waarbij de trekken vanzelfsprekend worden geuit en narcisme waarbij die meer verborgen blijven. ‘Bij dat zogeheten ‘waakzame narcisme’ richt iemand zich vooral op een ander en wat die nodig zou hebben, om vervolgens te denken: ik ben de beste verzorger aller tijden. Iemand kan denken: mijn baas is wel de baas, maar ík hou haar in het zadel.’ Diegene lijkt de ultieme underdog, maar koestert diens geïdealiseerde zelfbeeld in het geheim. Verder heb je narcisme in lichte en heel sterke mate, benoemt Schalkwijk, en kan het komen en gaan. ‘Net zoals iemand niet altijd knetterdepressief, knetter borderline of knetterbindingsangstig is.’ O, en maak je geen illusies: het komt in álle lagen van de samenleving voor. Net iets meer bij mannen dan bij vrouwen, zestig versus veertig procent, maar ook daar zijn geen grote verschillen in te ontdekken. Iedereen kan narcistische trekken hebben, en iedereen kent wel iemand die ze heeft. ‘Des te belangrijker om te snappen wat narcisme inhoudt.’
Zachtere blik
Wat geen kwaad kan, zegt Schalkwijk, is om met een zachtere blik naar narcisme te kijken. En om zorgvuldiger met de term om te gaan. Sowieso spreekt Schalkwijk over ‘personen met narcisme’, omdat je een stoornis niet bent, maar hebt. ‘We zeggen ook geen ‘alcoholist’ meer, maar ‘iemand met verslaving’. Behalve in de kroeg. Maar in de kroeg mag veel meer, zelfs van mij.’
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))