Hoe voorkom je dat je zo'n overbezorgde k*tmoeder wordt?

Oh Baby!

Hoe voorkom je dat je zo'n overbezorgde k*tmoeder wordt?

Carmen Felix
Door

Carmen Felix

Gepubliceerd op

8 juni 2022 18:00

Bron / Fotografie

fotografie Tom ten Seldam

Gepubliceerd op

8 juni 2022 18:00

Bron / Fotografie

fotografie Tom ten Seldam

Carmen Felix is nu bijna een jaar moeder en schrikt van de vele obsessieve curlingouders om haar heen. Waarom zijn vaders en moeders tegenwoordig zo beschermend over hun kroost? En: hoe voorkomt ze dat ze er zelf een wordt?

'Curlingouders' worden ze ook wel genoemd, een term die bekend werd door de populaire televisieserie De luizenmoeder - over het wel en wee van basisschoolouders aan de ene kant en de leerkrachten aan de andere kant. In een van de afleveringen spreekt Juf Ank zo’n ouder aan nadat deze moeder de juf smeekt om wat compassie voor haar arme dochter die dat weekend terug is gekomen van een heerlijke, lange vakantie. Een curlingouder is een vader of moeder die overbeschermend is. Eentje die bezorgder is dan ooit, niemand anders dan zichzelf vertrouwt met het kind en het liefst als een bezetene - net als bij curling - alle obstakels voor de voeten van het kind wegveegt. In de ogen van sommige ouders, ik durf misschien zelfs moeders te zeggen vanaf nu, zijn baby's en kinderen tere, porseleinen poppetjes die elk moment in duizend stukken kunnen vallen. Het grootste gevaar? De grote boze buitenwereld en iedereen die niet de moeder zelf is. 

Breekbare Ming-vazen Hoewel er heus wel ouders zijn die zonder schaamte toegeven tot de categorie curlingouders, helikoptermoeders en 'hyper parents' te horen, is de behoefte om er publiekelijk (en dus met mij, voor dit artikel) over te praten, niet zo groot. Maar ik weet dat ze bestaan. Zo ken ik een moeder die na een relatief onschuldige huilbui in de tandartsstoel besloot haar kind daar niet meer 'aan bloot te stellen' en jarenlang weg te houden bij de tandarts. Haar reden: 'Ik wil niet dat mijn kind getraumatiseerd raakt.' Dan maar rotte kiezen.

Een ander voorbeeld: een stel ouders dat hun kroost wel toevertrouwt aan de oppas, maar niet zonder de veertien beveiligingscamera's in huis, gericht op bedden, banken, de keuken, de wasbak, de speelhoek – alleen de wc wordt gespaard. Alles voor het overzicht. En ik ken een verhaal van een moeder die absoluut niet wilde dat haar jonge dochter door iemand anders gevoed werd dan zijzelf. Maar ja, het kind moest toch naar de opvang als zij moest werken. Zoiets moet je dan wel uit handen geven, toch? Niet dus, deze mevrouw zegde haar baan op om bij de kinderopvang te gaan werken zodat ze haar dochter de hele dag in de gaten kon houden. Spoiler: ze zit inmiddels in therapie.

Je zou bijna denken dat het normaal is dat we onze kinderen zo scherp in de gaten houden, letterlijk en figuurlijk. We willen altijd weten waar ze zijn, wat ze doen en met wie. Als we de zorg overdragen aan een buitenstaander is het vertrouwen mijlenver te zoeken, dus eigenlijk doen we dat liever niet. Als je onze generatie even heel streng bekijkt, lijkt het bijna alsof we allemaal kleine, breekbare Ming-vazen aan het opvoeden zijn, in plaats van kinderen van vlees en bloed.

De doe-even-heel-snel-normaal-school Als je ook maar een beetje thuis bent in de google-zoekopdrachten van de gemiddelde verse moeder, weet je dat een zekere mate van controledrang hartstikke normaal is. Het moederschap is nieuw, doodeng, vermoeiend en als iedereen ergens een (ongevraagde) mening over heeft, dan is het wel over hoe jij je kind in leven houdt (en opvoedt). Een greep uit mijn eigen baby-gerelateerde hartenkreten uit dat eerste half jaar googelen: 'eet baby genoeg', 'baby honger dodelijk', 'wat is wiegendood', 'baby slaapt slecht kinderopvang', 'baby stopt ademen snotneus' en ga zo maar door. Gelukkig heeft de curlingmoeder in mij zich nog niet verder ontwikkeld dan het nachtelijk googelen van rampscenario's. Natuurlijk wil ik het allerbeste voor mijn dochter, zal ik er altijd alles aan doen om haar leven soepel en zonder gevaar te laten verlopen, maar ik hoop ook van de doe-even-heel-snel-normaal-school te zijn. Ik wil geen klein klootzakje opvoeden, of mezelf de komende 21 jaar een hernia geven van alle stressmomenten die een opgroeiende dochter kan veroorzaken. Nee, ik wíl niet zo zijn.

Niet op de laatste plaats omdat er veel meer nadelen aan overbeschermend moederen kleven dan dat er gevaren zijn waar een kind in Nederland tegenaan kan lopen. Als jij je kind smoort met je controledrang, perfectionisme, angsten en wantrouwen in anderen, loopt het namelijk kans een achterstand op te lopen. Tijdens een (op YouTube makkelijk terug te vinden als je op 'curlingouders' zoekt) lezing van klinisch psycholoog Jan Derksen en pedagoog Lynne Wolbert wordt duidelijk dat er – ondanks dat die neiging er is – eigenlijk helemaal niet grappig over overbeschermende ouders moet worden gedaan.

Kinderen met curlingouders leren niet omgaan met ongemak, tegenslagen en negatieve situaties. Problemen oplossen en 'de andere optie' zien, leren ze hierdoor vaak niet. Ze komen tenslotte zelden of nooit in een situatie waarin ze dit moeten doen, omdat papa of mama het altijd voor ze regelt. Omgaan met grote teleurstellingen, verlies, frustratie of een dikke faal? Nog nooit aan de orde geweest.

Daarnaast is de kans dik aanwezig dat je als curlingouder een kleine tiran aan het opvoeden bent, of je nou wil of niet: als een kind geen ruimte krijgt om het leven met al haar gekke kronkels te ervaren, snapt het ook niet dat dit leven niet om hem draait. Zo'n kind kan zich minder goed inleven in andere mensen en wordt waarschijnlijk ziedend of angstig als het niet exact dezelfde intense aandacht krijgt als van papa of mama. Op een grotere schaal ben je – door het wegnemen van alle mogelijke obstakels, gevaren, spontaniteiten en invloeden van buitenaf – een kind aan het opvoeden dat overal gevaar ziet, angst ervaart en zich met geen mogelijkheid in een ander kan verplaatsen. Negatieve ervaringen, of überhaupt ervaringen, opdoen is nodig voor de ontwikkeling van kinderen. Het leert ze om zichzelf in bedwang te houden, sympathie te voelen voor een ander en het geeft ze zelfinzicht.

Maar waar komt die beschermingsdrang van ouders dan vandaan? Hoe word je zo'n moeder die haar kind niet aan opa of oma durft te geven omdat ze bang is dat ze je baby laten vallen? En hoe voorkom ik dat ik er eentje word? Volgens ontwikkelingspsycholoog Steven Pont is het helaas een trend, dat overbeschermen. Steeds meer ouders zijn ervan overtuigd dat hun kind een leven moet leiden dat honderd procent leuk is, vervolgens moet ook nog blijken dat hun kind het allerslimste van de klas is en moet de uk in álles slagen, van sport tot Latijn tot tekenles. Tel daarbij op dat we met z'n allen steeds minder kinderen krijgen, dus als we er dan eentje 'hebben', dan moet het ook zeker een perfecte zijn.

Het perfecte plaatje Onze opvoedstijl is – zeker als ik het vergelijk met mijn ouders en de ouders van mijn generatiegenoten – flink veranderd: ouders van nu doen er alles aan om heel erg leuk gevonden te worden door hun kinderen. 'I'm not a regular mom, I'm a cool mom' – aldus die verschrikkelijke moeder uit de film Mean Girls die zich meer als vriendin dan als ouder profileerde.

Ook de druk van social media is nieuw: onze ouders hoefden niet te dealen met de kritische blik van hun Instagram-volgers, terwijl wij het gevoel hebben ook daar het perfecte plaatje van de moeder die alles onder controle heeft maar ook besties is met haar baby, te moeten hooghouden.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over alle technologische mogelijkheden van tegenwoordig, die we massaal inzetten om onze baby's en kinderen in de gaten te houden. Kinderopvangapps die achttien keer per dag worden gerefresht om te kijken of er al een 'poepluier'-update of lieve foto van je kroost is geplaatst. Of als je kinderen wat ouder zijn: telefoons met een gps-tracker zodat je precies weet op welk speeltoestel op het schoolplein ze zitten.

Gewoon een leuk kind Hierbij schrijf ik het op en spreek ik het uit: ik word geen curlingouder, ik voed geen mingvaas op. Ik heb een kind op de wereld gezet van wie ik hoop dat het lief, slim maar vooral ook eigengereid wordt. Een sterk meisje dat later een indrukwekkende vrouw wordt die haar eigen boontjes dopt. Ze mag vallen, domme keuzes maken, verliezen met sport en in de liefde, balen van school en slecht zijn in wiskunde. Een mens dat lief is voor anderen en begrip heeft voor iedereen die anders is dan zijzelf. Iemand die respect heeft voor crècheleidsters, juffen, meesters en iedereen die op haar pad komt en ook het beste met haar voor heeft. Dat is toch wat je wil? Dat je kind leuk en lief is, maar ook zélf het bekkie open kan trekken. Het idee dat ik de komende 21 jaar bodyguard, privédocent, advocaat en manager zou moeten spelen voor die meid maakt mij namelijk een stuk moeier dan een paar slechte nachten met een huilende baby en wat Google-zoekopdrachten.

Dit artikel staat in het juninummer van &C the magazine 'Oh oh libido'.

delen
Carmen Felix

Carmen Felix (35) is freelancejournalist, fervent twitteraar en schreef het boek Je kunt het ook nooit goed doen. Ze is onlangs moeder geworden van dochter Vesper. Elke maand schrijft ze een column voor &C Magazine.

Shop &C Magazine

Meer van deze auteur

Wil je ook lezen