Fashion
Hallo blote voeten: deze sandalen worden een hit (en zo draag je ze)
Acteur Peter Faber: 'Trouwen is het leukste wat er is'
Thomas: 'Ik signeerde mijn eerste boek met een kleutertekst'
Sopraan Laetitia Gerards: 'Opeens wist ik niet welke zin erna kwam'
Fashion
Met deze tips krijg je vieze make-upvlekken uit je witte kleding
Hanneke: 'Een babyshower én een kraammand, is dat niet veel?'
Fashion
Goed gevlekt: schildpadprinten zijn je van het
Win 2x 2 backstage-weekendtickets voor Loveland Festival
Gossip & Sterren
De nieuwste &C-editie: Huis-tuin-en-keukenseks
Mama
Wat ben je als jouw kind een broertje of zusje krijgt van je ex?
Interview
Anna Nooshin: 'Door alle haat ben ik gesloten geworden'
Mama
Baby aan boord #36: Stop de tijd
Carmen: 'Het is heerlijk om een studie van je eigen gezicht te maken'
Newsflash
&C Talent x LinkedIn: Het nut van jouw online profiel
Hadewych Minis: 'Ik vraag aan mannelijke collega’s wat zij verdienen'
Actie
Win een overnachting in het nieuwe The Duke Boutique hotel
&C-lezers met een mening: wij zoeken jou
Column
Hanneke: 'Ooit heeft iemand per ongeluk koffie en bier ontdekt'
Liefde & Seks
Anna Karolina #81: Afgelikte boterham
Column
Nienke: 'Mijn kind staat met een potlood kunst op de muur te tekenen'
Column
Thomas: 'Inmiddels schaam ik me voor mijn gedachte'
Mama
Baby aan boord #35: De oppas
Actie
Win: 3x3 boeken van Emilie Sobels
Health & Sport
Dagboek van een #nietzofitgirl: Sporten met cup E (zonder beha)
Newsflash
Jaarverslag &C Talent Foundation 2018/2019
Thomas: 'Het verpleeghuis is op slot en bewoners zijn verontwaardigd'
Fashion
Niet van papier: drie toffe hoeden die je deze zomer gaat zien
Newsflash
&C Me now: MAN || CO
Nienke: 'Res en ik dijen uit'
Fashion
10 toffe tassen onder de 70 euro
Liefde & Seks
Sexy Time: De écht leuke man #8
Meer bekijken
  1. Interview
  2. › ›
  3. Art werd bruut overvallen: 'Ik steek je in de fik, zei hij'
Interview

Art werd bruut overvallen: 'Ik steek je in de fik, zei hij'

&C PREMIUM - Met haar eigen juwelenboetiek in Amsterdam Oud-Zuid had Art Jagesar het goed voor elkaar. Tot een gewelddadige overval daar een bruut einde aan maakte.

14-9-2020 21:00
interview Imke Hamacher, fotografie Lizzy Ann

Art (36): 'Je bent een keer aan de beurt, hou daar maar rekening mee, hoorde ik vaak van andere juweliers. Bijna elke juwelier die ik ken heeft weleens een overval meegemaakt, maar nooit zo gewelddadig. Dreigen en spullen meegeven, daar komt het meestal op neer. Maar bij mij liep het anders, terwijl ik me zo goed had voorbereid. Toen mijn winkel net geopend was, kwam de verzekering wel vijf keer inspecteren of de beveiliging in orde was, anders mocht ik niet open. Ik had een alarminstallatie, paniekknoppen, een beveiligingscamera, speciale sloten, beveiligd glas, een kluis. Alleen zo'n sluis waar klanten doorheen moeten om binnen te komen, ging me te ver. Ik wilde de winkel laagdrempelig houden.

Mijn juwelenmerk C'est Moi Jewels ben ik vier jaar geleden begonnen. Van kleins af aan ben ik al gefascineerd door alles wat glittert en glimt en na een tegenvallend avontuur als ­stewardess – ooit mijn droombaan – ging ik aan de slag als vertegenwoordiger bij Pandora. Na een paar jaar ging het kriebelen om zelf iets te beginnen. Aan de keukentafel kralen gaan zitten rijgen, is niks voor mij. De ontwerpen bedenk ik in mijn hoofd, teken ik uit en vervolgens laat ik samples maken door mijn fabrikanten. Als ik tevreden ben, neem ik het ontwerp op in mijn collectie. Eerst verkocht ik mijn juwelen via andere ­juweliers, maar mijn droom was een eigen boetiek in Amsterdam Oud-Zuid waar ik alles precies naar mijn hand kon zetten.

Eind 2018 ging mijn winkel open. Behalve mijn eigen juwelen verkocht ik ook stukken uit het exclusieve hoogsegment, soms wel ter waarde van een miljoen. Klanten vlogen daarvoor speciaal in vanuit Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Dan ging de winkel dicht, huurde ik extra beveiliging in, liet ik champagne aanrukken en ging ik naderhand met klanten dineren of ontbijten. Het directe contact met klanten vond ik geweldig, dat was helemaal mijn ding. Sinds de overval is dat er niet meer bij; nu verkoop ik mijn juwelen alleen nog online. Mensen vragen ­weleens aan me: 'Ga je ooit nog een winkel kopen?' Heel eerlijk: nee. Dat durf ik niet meer.'

Foute boel
'Het gebeurde op een vrijdagmiddag afgelopen januari. Ik stond alleen in de winkel, mijn zoontje van zes was in mijn appartement boven de winkel met de oppas. Omdat het rustig was, ging ik even achter in de winkel op een stoel zitten met zicht op de deur. Iets voor drieën zwaaide de voordeur open. Als klanten normaal gesproken binnenkomen, groeten ze en kijken ze rustig naar de vitrines voor in de winkel. Niet deze man. Hij liep heel rap en recht op me af. Daardoor voelde ik meteen: dit is foute boel. Hij had de capuchon van zijn jas over zijn hoofd getrokken, had handschoenen aan en een plastic boodschappentas in zijn hand. Een groot deel van zijn gezicht was bedekt, volgens mij door een sjaal. Ik kon alleen zijn ogen zien. Voor ik wat kon zeggen, haalde hij een pistool uit zijn tas, richtte dat op mij en zei: 'Sta op. Dit is een overval en je gaat precies doen wat ik zeg.'

Ik kon geen woord uitbrengen en was compleet perplex. Dit gebeurt niet, dacht ik. Mijn kind is boven. Het was vaste prik dat hij mij om drie uur 's middags in de winkel kwam helpen, dat vond hij geweldig. De oppas kon hem elk moment naar beneden brengen. Het enige wat ik kon denken, was: o nee, niet m'n kind.   


'Heb je een kluis?' vroeg de overvaller. 'Nee,' stamelde ik, terwijl ik die wel heb – geen idee waarom. Door pure angst zei ik maar wat, denk ik achteraf. 'Ik weet dat je een kluis hebt en ik weet dat je boven de winkel woont,' reageerde hij. 'Dus je gaat nú naar boven.' Daar was de kluis niet, maar wel m'n kind, dus ik wilde onder geen beding naar boven. 'Alles wat ik heb, ligt in de winkel,' zei ik, wat ook zo was.

Hij gaf me de opdracht om alle vitrines open te maken. Oké, dit is mijn kans, dacht ik toen, want ik bewaarde mijn sleutelbos expres in de buurt van een paniekknop onder de balie. Heel rustig probeerde ik met mijn hand naar die knop te reiken, maar van de zenuwen trilde ik enorm. De knop zat diep weggestopt en ik zou hem een paar seconden ingedrukt moeten houden om een alarm in de meldkamer van de politie te triggeren. 'Ik zie wat je probeert te doen,' zei hij dreigend. 'Ik schiet je echt dood, dus haal je hand maar weer weg.' Toen durfde ik niet meer. Het laatste wat ik wilde, was de held uithangen met een pistool op me gericht. De man pakte zelf de sleutels en droeg me op om alle vitrines te openen. Omdat ik beefde van angst, ging het hem te langzaam. Hij dirigeerde me naar achteren, waar hij me in het halletje naar de wc een paar keer vol in mijn gezicht sloeg met zijn vuist. 'Ga op je buik liggen,' brulde hij. Ik schrok me kapot van het geweld dat hij gebruikte. Dit is niet zomaar een overval, dacht ik. Toen ik begon te huilen van ellende, schold hij me uit: 'Hou je bek, kankerhoer.' Hij pakte mijn telefoon en de juwelen die ik droeg af en bond mijn handen en benen vast met tiewraps. Vervolgens haalde hij een fles vloeistof uit zijn tas en gooide die leeg over mijn benen. Ik kon niet thuisbrengen wat het was, maar het stonk en brandde enorm. 'Ik steek je in de fik als je niet luistert,' dreigde hij. Later hoorde ik dat het ammoniak was.'

Doodsangst
'Toen ik in de hal lag met mijn gezicht naar de vloer en ik geen kant op kon – kortademig en onpasselijk van de ammoniakdamp – dacht ik: het is klaar, ik ben er geweest. Het enige waar ik aan kon denken was mijn zoon boven, die ik zou achterlaten. Dat was het angstigste moment, ik heb het nu nog moeilijk als ik daaraan denk. Intussen hoorde ik hoe die man alle vitrines leeghaalde. Hij schoof alle stukken met display en al in zijn plastic tas. Ik had geen besef van tijd, voor mijn gevoel lag ik daar al eeuwen. Waarom komt er niemand binnen, dacht ik. Hij had de deur niet op slot gedaan, dus er had elk moment iemand over de drempel kunnen stappen. Na een tijdje hoorde ik de voordeur, maar of hij open- of dichtging kon ik uit dat geluid niet opmaken. Ik was als de dood dat de overvaller terug zou komen om me alsnog neer te schieten of in brand te steken. Toen ben ik op m'n knieën het toilet in de hal in gekropen en heb ik met mijn elleboog de deur op slot gedaan. De hal en het toilet deelde ik met een aangrenzend restaurant, ik kon alleen maar hopen dat iemand me daar zou vinden. Toen niemand kwam en ik een tijdje niks hoorde, deed ik de deur open en kroop ik terug de winkel in. De overvaller was nergens meer te bekennen.

Nooit meer een winkel
Het eerste wat ik deed, was de voordeur op slot draaien en 112 bellen. Totaal hysterisch vertelde ik dat ik overvallen en geslagen was, en dat de dader me overgoten had met een vloeistof. Mijn benen brandden zo dat ik gilde dat ik mijn kleren wilde uittrekken, waarop de vrouw aan de lijn geïrriteerd raakte. 'Je mag niks aanraken en niks uittrekken,' gebiedde ze. Ik dacht dat ik gek werd. Even later arriveerden de politie en de ambulance. Hun vragen over de dader, het afzetten van het gebied rond de winkel, het afgeven van de camerabeelden – het is allemaal in een roes aan me voorbijgegaan. Op een gegeven moment nam het ambulancepersoneel me mee naar boven, waar mijn zoontje zat, totaal overrompeld door alle commotie en het zien van zijn toegetakelde moeder. Godzijdank was de oppas onze afspraak vergeten en heeft ze hem nooit om drie uur naar ­beneden gebracht. Ik wil niet weten wat er anders gebeurd was. De ambulancebroeders brachten me naar de douche, waar ik me voor hun ogen moest uitkleden, zodat zij mijn ­kleding in een zak konden stoppen als bewijsmateriaal. Mijn benen zagen vuurrood van de ammoniak en ik had een dikke prop in mijn keel. Ik heb nog wekenlang bloed opgehoest van alle ammoniak die ik heb ingeademd.

Omdat ik boven de winkel woonde, voelde ik me daar niet meer veilig. Mijn zus en zwager hebben me opgevangen en mijn zoontje kon bij zijn vader, mijn ex, terecht. Ik wist meteen: ik wil niet meer verder met de winkel. Mijn hele leven, alles waar ik zo hard voor had gewerkt, is met die overval in één klap onderuitgeschopt. Elke nacht had ik nachtmerries, altijd over geweld. Ik kon niet meer slapen uit angst voor wéér een nare droom. Dankzij EMDR-therapie is dat inmiddels minder en kan ik dit verhaal nu navertellen zonder weer overvallen te worden door die vreselijke angst.

Na een paar weken bijkomen en herstellen kwam mijn overlevingsdrang weer bovendrijven. Ik ga zo'n lafaard mijn leven niet laten verpesten, dacht ik. Maar een nieuwe winkel is ­­uitgesloten. Daar voel ik me niet meer veilig bij. Ik weet niet meer wie ik wel en niet kan vertrouwen. Hoe wist die man dat ik boven de winkel woonde, dat ik een paniekknop onder mijn balie had? Ik ben een kletskous, dus wie weet heb ik daar ­weleens een klant over verteld. Ik zou voortaan continu op mijn hoede zijn, iedereen als potentiële dader zien. Daar pas ik voor. Als die man niet zoveel geweld had gebruikt, als hij me met rust gelaten had en alleen spullen had meegenomen, dan was het misschien anders geweest. Nu voel ik me te kwetsbaar. Tot op de dag van vandaag gaat het er bij mij niet in dat hij me zo heeft toegetakeld. Stelen is al triest, maar dat je óók nog zulk geweld gebruikt, dat begrijp ik niet. Ik ben 1 meter 68 en weeg 54 kilo; je blaast mij zo omver.'

Veilige basis
De dader is nog niet gepakt en het onderzoek loopt nog. Ik ­probeer daar niet te lang bij stil te staan en te focussen op mijn zoon, ons nieuwe huis, mijn nieuwe online business. Ik heb zo'n zestig procent aan omzet ­ingeleverd, maar ik kan er prima van rondkomen. Natuurlijk hoop ik uit de grond van mijn hart dat die man gepakt wordt en een fikse straf krijgt, maar ik wil niet dat het mijn leven gaat beheersen. Mijn veerkracht heeft me positief verrast. Je weet niet hoe sterk je bent tot je iets heftigs meemaakt. In acht weken had ik een nieuw huis en niet veel later had ik mijn bedrijf omgegooid. Ik heb echt wel even in zak en as gezeten en me afgevraagd hoe ik uit deze teringzooi moest komen, maar op een gegeven moment ging de knop om. Mijn zoon was een belangrijke ­motivatie; ik wilde niet dat hij een verdrietige mama zou zien. Voor hem wilde ik een nieuwe, veilige basis creëren en dat is gelukt. Wat hij over het voorval weet? Dat er een dief is ­geweest die alle spullen heeft meegenomen en dat die dief lelijk tegen mama is ­geweest. Het gaat goed met hem, maar als ik in een winkel sta te kletsen met een verkoper, kan hij soms ineens zeggen: 'Mijn mama is overvallen.'

De overval heeft gelukkig geen fysieke sporen achtergelaten; ik ben helemaal hersteld. Mentaal ben ik alleen maar sterker geworden. Ik weet nu dat hoe diep je ook zit, er altijd weer een weg naar boven is. Voor mijn gevoel heb ik de bodem geraakt, maar ik ben een blij en dankbaar mens. Mijn zoon en ik zijn gezond en ik zit vol nieuwe ideeën voor mijn bedrijf. Als iemand tegen mij zou zeggen: ik wil een eigen juwelenboetiek openen in Amsterdam Oud-Zuid, dan zeg ik: doen. Dromen moet je najagen. Zorg alleen wel voor de allerbeste beveiliging. En ga misschien niet boven je winkel wonen, dat ook.'

Dit artikel staat in &C's septembernummer 'Maak het verschil', het magazine bestel je in &C Webshop of lees je op Blendle.

Gerelateerd

Geen probleem!
&C maakt gebruik van cookies. Als je verder leest, ga je daarmee akkoord. Meer info »

We love cookies

Deze website maakt gebruik van cookies.
Geen probleem!

We gebruiken cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over je gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse.

Wanneer je gebruik blijft maken van andc.tv gaan wij ervan uit dat je hiermee akkoord bent. In onze privacy voorwaarden vind je een beschrijving van al onze cookies.