Hanneke Hendrix
De leven
Hanneke Hendrix
Op het consultatiebureau
Hanneke Hendrix
Column: Lust ik niet!
Hanneke Hendrix
De helm of niet de helm
Hanneke Hendrix
Column: Liever een meisje
Hanneke Hendrix
Dag huis
Hanneke Hendrix
Column: ‘Wat zit haar haar leuk!’ Het blijkt stroop te zijn
Hanneke Hendrix
Merci
Hanneke Hendrix
Column: 'Ik mag niets eten de komende vierentwintig uur'
Hanneke Hendrix
Het schoolplein
Hanneke Hendrix
Met het broodmes spelen
Hanneke Hendrix
Fuck de symbiose
Hanneke Hendrix
Het universum der verloren objecten
Hanneke Hendrix
De diva en de dronkenlap
Hanneke Hendrix
De Fertiliteitsproblemen-Dooddoener-Bingokaart
Hanneke Hendrix
Een sprongetje
Hanneke Hendrix
Niets veranderd
Hanneke Hendrix
Kotsen over de hoes
Hanneke Hendrix
Ziek kind
Hanneke Hendrix
Column: 'Als je met Berry was, dan ging er altijd wel wat mis'
Hanneke Hendrix
Ik kan de nieuwe grote kleren krijgen
Meer bekijken
  1. Moods
  2. Hanneke Hendrix
  3. Blut
Column: Hanneke Hendrix
(36/75)
Hanneke Hendrix: Tired, but tired. But tired.
75/75
Hanneke Hendrix: Free-range parenting
74/75
Hanneke Hendrix: Te veel prikkels
73/75
Hanneke Hendrix: Het Segway-principe
72/75
Hanneke Hendrix: Vermoeid ouderschap
71/75
Column: Importkinderen
70/75
Column: Altijd het beste en veiligste voor je kindje
69/75
Column: JA-HAAAAAAAA
68/75
Column: Het wordt beter
67/75
Column: Waarom oude mensen anders ruiken dan baby's
66/75
Column: Consequent opvoeden en nooit naar de opvang
65/75
Column: Fucking mamafiets
64/75
Column: Ik ben een lafaard
63/75
Column: Wat te doen met de zuigeling?
62/75
Freelancen en baby's baren, hoe doe je dat?
61/75
Column: Krijsen om gebak
60/75
Column: Trauma's
59/75
Column: Twee kindjes
58/75
Column: Uit de hemel verschenen
57/75
Column: Je kind aan een tuigje met een touw
56/75
Column: Het gangetje
55/75
Column: Daar word je hard van
54/75
Column: Dik maar gelukkig
53/75
Column: 'Ik mag niets eten de komende vierentwintig uur'
52/75
Column: 'Slapen, daar kun je me ’s nachts voor wakker maken'
51/75
Column: 'Natte wortelsalade recht op Lenies linkertiet'
50/75
Column: 'Als je met Berry was, dan ging er altijd wel wat mis'
49/75
Column: ‘Wat zit haar haar leuk!’ Het blijkt stroop te zijn
48/75
Column: yoghurt voor je stoelgang
47/75
Column: Lust ik niet!
46/75
Column: Van snurkenstein
45/75
Column: Liever een meisje
44/75
De Fertiliteitsproblemen-Dooddoener-Bingokaart
43/75
De uitgebluste moeder
42/75
Ouwe tang
41/75
De onderkin
40/75
De kinderdagverblijf-paracetamol-zetpil-truc
39/75
De kinderverjaardag
38/75
Kotsen over de hoes
37/75
Blut
36/75
De leven
35/75
Moe
34/75
Fuck de symbiose
33/75
Met het broodmes spelen
32/75
Doorslapen
31/75
Een tweede adopteren
30/75
Tommie
29/75
Spijt
28/75
Geitenkaaslollytestikel
27/75
Rauwe biefstuk en croissantjes
26/75
Kak
25/75
Koffie-tik in de boekenkast
24/75
De onschuldige gevangene
23/75
Trefbal
22/75
Rania
21/75
Billendoekjes en maïzena
20/75
Floep
19/75
Ik kan de nieuwe grote kleren krijgen
18/75
Zo'n dag
17/75
Het schoolplein
16/75
Een sprongetje
15/75
Niets veranderd
14/75
De helm of niet de helm
13/75
Merci
12/75
Ziek kind
11/75
Op het consultatiebureau
10/75
De diva en de dronkenlap
9/75
Dag huis
8/75
Lekker genieten
7/75
Hondenravotplek
6/75
Mausoleum
5/75
Het universum der verloren objecten
4/75
Vriend K. op de koffie
3/75
Normaal
2/75
Mag ik al bier?
1/75
Hanneke Hendrix

Blut

Hanneke Hendrix beschrijft de kleinigheden in haar leven als kersverse ouder. En vooral het falen in dat kader of de spreekwoordelijke 'roze muur' waar ze steeds tegenaan loopt.

20-11-2017 09:00
Fotografie: Amy van Leiden

‘En? Heeft de dochter al in het nieuwe huis geslapen?’ zegt een vriend, die ik verder niet bij naam ga noemen. (Ja, jij, Alex.)
‘Nee,’ zeg ik. ‘Vanavond pas. Ze logeerde bij mijn ouders.’
Het is even stil. ‘Hoezo?’ zeg ik.
‘Nou ja, als je gaat verhuizen, slapen ze twee weken niet.’
‘O,’ zeg ik.
‘Ja,’ zegt hij.
‘Heb je het druk?’
‘Ja,’ zeg ik. ‘Heel. Maar ik ben evengoed enorm blut.’
‘Nou, berg je dan maar.’

Als ik thuiskom in het nieuwe huis kijk ik rond in haar nog kale, nieuwe slaapkamer. We hadden inbouwkasten in ons huurhuis en moeten nieuwe kasten aanschaffen, en nieuwe gordijnen. Maar het geld is momenteel op, dus staan haar spullen in een oude televisiekast en liggen haar kleren in de Billy die ik al had in mijn laatste studentenkamer. Voor haar raam hangt een scheef rolgordijn. Ook mijn eigen kleer is kastloos en hangt samen met de kleding van manlief nog in de garderobeboxen van het verhuisbedrijf.

Misschien hadden we geen verhuisbedrijf moeten inhuren, maar hadden we in plaats daarvan beter zelf vier miljoen keer op en neer kunnen rijden in onze Clio, om de zeventig kuub spul die we in de loop der jaren verzameld hebben te verschepen. En een droger, een wasmachine en een koel-vriescombinatie kun je ook best met de lijnbus vervoeren als ze niet in de kofferbak passen. Toch? Dan hadden we voor dat geld kasten kunnen kopen. En gordijnen. En benzine. Of andere futiliteiten, zoals kinderopvang en eten.

Toen ik ooit een jaar in onderhuur zat, stonden mijn spullen in de opslag en had ik in mijn onderhuurhuis één verhuisdoos met spullen van mezelf. Ik heb alles wat opgeborgen stond te wachten geen moment gemist. Ik had toen toch ook niks nodig? Waarom moet ik nu dan een volwassen koophuis? Ineens voel ik me heel sip. Vannacht moet de dochter in haar bedje met de beer en de uil en het zakje-waar-muziek-uit-komt in een kaal kamertje slapen. In een huis dat anders ruikt, waar het buiten stil is en waar niet de hele nacht bonzende auto’s voorbij rijden. Ze weet vast niet wat haar overkomt. Waarom moeten we ons ook in zoveel bochten wringen?

‘En? Hoe ging het?’ vraagt de vriend die ik niet bij naam noem.
‘Ze begon meteen blij door de galmende woonkamer heen te rennen,’ zeg ik.
‘Ze brult steeds blij met haar eigen echo mee.’
‘Herrie,’ zegt hij.
‘Juist,’ zeg ik.
‘Maar geen buren!’ roept Alex blij.
‘Nul!’ roep ik. ‘En ze loopt ineens ook veel meer, want er is veel meer ruimte.’
‘Het schijnt dat goudvissen zo groot worden als hun kom is. Misschien is dat met mensen ook wel zo.’
‘Noem je me nou dik?’ zeg ik.
‘En sliep ze?’
‘De tweede nacht sliep ze gewoon. Dus.’
‘Afkloppen!’ roept hij. Ik klop af.
‘Wat goed,’ zegt hij.
Alleen zijn we nog wel enorm blut. Maar zoals Annie M. G. Schmidt al schreef: ‘Toen, lang geleden, was het fijn. Maar ja, toen waren we nog arm.’ En toen is gelukkig nog steeds gewoon nu. Daar verandert een verhuizing niets aan.


Lees hier meer columns van Hanneke Hendrix.

Meer lezen