Malou Holshuijsen
De Tandarts
Malou Holshuijsen
Zing voor mij
Malou Holshuijsen
Column: Hoera, hoera, horeca
Malou Holshuijsen
Column: Het zware leven van mijn klotebuurman
Malou Holshuijsen
Luxeprobleem
Malou Holshuijsen
Column: Tinder en de liefde van mijn leven
Malou Holshuijsen
Ik kan vers(t)ieren
Malou Holshuijsen
De vrouw met de grijper
Malou Holshuijsen
De fietsfascist
Malou Holshuijsen
Column: Balletles en de dick pic
Malou Holshuijsen
Raamlikken
Malou Holshuijsen
Column: Treinzeiken en kleuters traumatiseren
Malou Holshuijsen
Column: Uitgedrukte liefde
Malou Holshuijsen
Je bent mijn mattie, Steve
Malou Holshuijsen
Buurman, wat doet u nu? (Deel 2)
Malou Holshuijsen
Column: Het donderwolkje
Malou Holshuijsen
Het is kiezen of tieten
Malou Holshuijsen
Dokter Tupperware
Malou Holshuijsen
Column: een ode aan het Tikkie (deel 2)
Malou Holshuijsen
Turofobie
Malou Holshuijsen
Mijn oma en de trut
Meer bekijken
  1. Moods
  2. Malou Holshuijsen
  3. Ik racefiets
Malou Holshuijsen

Ik racefiets

Malou schrijft over de schoonheid van het leven met alle vieze randjes die daarbij horen. Niet zoals het staat afgebeeld op haar Instagram account: zoet en onbesmet, maar met alle gebreken en mislukkingen. Leve het ongemak, weg met de schaamte.

17-5-2017 11:00

Het is een nieuwe hobby die is komen opzetten als kakken. Met een kop thee op de bank en mijn laptop op schoot - klaar om mijn belastingaangifte te regelen -logde ik in met mijn DigiD.

Ha, nee natuurlijk niet. Mijn naam is Malou Holshuijsen en geen Will Hunting. 

Natúúrlijk klopte het wachtwoord, dat mijn MacBook keurig had onthouden van de vorige keer, niet. Natúúrlijk raadde ik mijn wachtwoord niet na twee keer proberen. Dit enkel en alleen omdat de moeder van DigiD een prostituee is. 

Vijftien minuten wachten om opnieuw in te loggen resulteerde in een Marktplaats-match met een oude 12e-hands racefiets (wat dat betreft komen mijn matches op welk platform dan ook aardig overeen) en een afspraak om die over een half uur op te gaan halen. 

En daar stond ik, bij de eindhalte van lijn 21, te wachten op mijn nieuwe oude stalen ros. 'Kijk je wel uit dat het niet zo'n Frankensteinfiets is?' tipte Daan, mijn beste vriend, aan de telefoon. 
'Een Frankensteinfiets?'
Ik had er nog nooit van gehoord. 

'Zo'n fiets die bestaat uit onderdelen van zestien andere overleden fietsen, zo gammel als de dochter van Nel Veerkamp,' zei Daan. De dochter van Nel Veerkamp, daar kwam ik iets later achter, schijnt om de haverklap iets te breken. 

'Dat mens hoeft maar te niezen of ze breekt haar arm en haar ribben, tegelijk! Het is toch vreselijk! Anyway, pas godverdomme wel op, hè lieverd? Je werkt dan wel bij de radio maar dat bekkie van je is geld waard. Ik ken je, kijk links en rechts en alsjeblieft, stap af als het druk is: opletten is niet je sterkste punt. En de tramrails, mijn God, let op die tramrails! Je staat zo drie jaar orthodontie van de grond te rapen!' 

Daan heeft altijd gelijk. Dat merkte ik ook nu weer, na vijf minuten fietsen op mijn, overduidelijke, Frankensteinfiets, nadat ik te hard het stoepje raakte en in slow-motion via een keurige koprol op straat terechtkwam. Ken je de uitdrukking 'ik maak van je bril een racefiets'? Het leek alsof ik naar het tegenovergestelde streefde. Met mijn racefiets vreemd om mij heen gevouwen zat ik op de grond.

'In het circus krijg je daar geld voor moppie!' Het was een lieve man die me hielp opstaan. 'Heb je eerder op een racefiets gefietst?'  'Eh ja,' loog ik, maar het schaamrood op mijn wangen verraadde mijn lulkoek. 

'Gebruik die linker rem voorlopig maar niet mop, voor je eigen bestwil. Dat smoeltje ziet er breekbaar uit.'  Het tweede compliment over mijn blijkbaar kostbare smoelwerk, in combinatie met incompetent fietsgedrag. Ook deze lieve meneer had gelijk. 

Gisteren kwam ik een oud 24/7-festivalmaatje tegen. Zo’n ‘vriend’ die op dát moment je beste vriend is, maar die je eigenlijk nog nooit nuchter hebt gezien.  Ook hij zat op een racefiets. We maakten een praatje. ‘Ik zit nu in de sales, ik heb het roer helemaal omgegooid,’ vertelde hij trots, terwijl ik in mijn geheugen groef om te bedenken hoe hij ook alweer heette.

Gelukkig stapte hij weer op zijn fiets. Daar ging ‘ie, Dinges van het festival. 'Wat leuk dat we allebei een minder zelfdestructieve hobby hebben gevonden,' riep hij enthousiast. 'Ik wou dat het waar was,’ schreeuwde ik terug. Waarna ik de berm inreed.  



Meer lezen