Malou Holshuijsen
Ik racefiets
Malou Holshuijsen
Column: Viva valium
Malou Holshuijsen
Column: Met een Duitser en ik fakete
Malou Holshuijsen
Karma en de bruidsjurk
Malou Holshuijsen
Column: Een kater, een kokosnoot en Duitse dreadlocks
Malou Holshuijsen
Turofobie
Malou Holshuijsen
Column: Met een man naar de film
Malou Holshuijsen
Column: Het zware leven van mijn klotebuurman
Malou Holshuijsen
Luxeprobleem
Malou Holshuijsen
De vrouw met de grijper
Malou Holshuijsen
Column: een ode aan het Tikkie (deel 2)
Malou Holshuijsen
Mijn seksistische fobie
Malou Holshuijsen
Column: Uitzonderlijke hoogte en downsyndroom
Malou Holshuijsen
Op lijmvakantie
Malou Holshuijsen
Column: Echte Azië-kenners
Malou Holshuijsen
Minder zaadpraat graag!
Malou Holshuijsen
KAK, vergeten! (Kotoran terlupa)
Malou Holshuijsen
De fietsfascist
Malou Holshuijsen
De sportschool
Malou Holshuijsen
Column: Monopoly en verwarmd fruit
Malou Holshuijsen
Katers en vagijnen
Meer bekijken
  1. Moods
  2. Malou Holshuijsen
  3. Ik kan vers(t)ieren
Malou Holshuijsen

Ik kan vers(t)ieren

Malou schrijft over de schoonheid van het leven met alle vieze randjes die daarbij horen. Niet zoals het staat afgebeeld op haar Instagram account: zoet en onbesmet, maar met alle gebreken en mislukkingen. Leve het ongemak, weg met de schaamte.

31-5-2017 11:00

Ik sta met Daan, mijn beste vriend, op een feestje en hij wijst naar een jongen achter de cocktailbar. Twee grote ogen kijken me aan terwijl de jongen iets doet met blaadjes en een houten stok.

Daan is de beste wingman die er is. Hij heeft een oog voor mannen die ik mooi vind én geen vertrouwen in mijn versiercapaciteiten. Dit betekent dat hij niet van mijn zijde wijkt en in zorgvuldig gekozen zinnen gesprekken aanknoopt én gaande houdt. Ook is hij er binnen een minuut achter of de meneer in kwestie een eventuele mevrouw met baby achterhoudt.

Daan, mijn beste vriend, is efficiënt en ik ben smalltalk-incompetent. Een leuk komisch duo dus, als het geen reële verbale handicap was. 

‘Laten we een drankje bij hem halen!’ Nog vóór ik iets kan zeggen trekt hij me mee naar de bar. ‘Hi, mijn beste vriendin en ik willen graag iets bestellen. Wat heb je allemaal?’ De jongen kijkt me aan en lacht. Ik lach een soort van terug.

‘Je kijkt eng,’ sist Daan razendsnel in mijn oor en vervolgt het gesprek. ‘Wat is jouw favoriet?’
‘Goede vraag,’ zeg ik hardop en ik krijg een corrigerend schopje onder de bar.

‘Doe mij jouw favoriet! Lief, wat wil jij?’ Terwijl hij het vraagt maakt Daan er een ‘spreekt u maar’-gebaar bij. Zijn handpalm wijst naar de jongen, terwijl hij mij aankijkt en met zijn hoofd een klein knikje geeft.

‘Witte wijn,’ antwoord ik, waarop mijn wingman met zijn ogen rolt. Kak, ik had dus blijkbaar ook een cocktail moeten bestellen. ‘Wat voor witte wijn lief? Waar heb je zin in. Wil je iets chardonnay-ish, lekker houterig, of wil je liever iets fruitigs?’ De man én de beste vriend kijken me allebei afwachtend aan. ‘Ja, doe maar,’ zeg ik en lach naar allebei. ‘Mijn uiterst geconcentreerde vriendin wil denk ik iets fruitigs!’ Ik knik en lach zonder eng te kijken, althans dat hoop ik.

Daan en de jongen praten een beetje en terwijl hij mijn fruitige witte wijn inschenkt, krijg ik een knipoog. Terug knipogen is geen optie wat mij betreft, want ik maak daar altijd een geluidje bij. (Dat geluidje alsof je een paard in beweging wilt brengen. Ik kan het omschrijven als ‘ck’ achter in je keel.)

‘Hoe heet je eigenlijk?’ Ook Daan is bang dat ik terug ga knipogen dus hij pakt het gesprek weer op. Wat ben je toch professioneel, hoor ik mezelf (THANK GOD) denken.

‘Stefan.’

Hij steekt zijn hand naar me uit en ik stel me voor. ‘Keurig, zonder te kotsen,’ grapt Daan zacht als Stefan zich omdraait. ‘Ik laat je even alleen, even naar de plee. Zorg jij dat je niet al te rare dingen zegt?’

Daan knipoogt. Ik knipoog terug met het geluidje. Lachend en nee schuddend loopt hij weg.

‘Weet je veel van wijn?’ hoor ik opeens achter me. Stefan heeft even geen andere gasten aan de bar en leunt voorover. ‘Nee. Het is met wijn helaas niet hetzelfde als met literatuur. Hoe meer je tot je neemt, hoe meer je weet. Als dat wél zo was zou ik inmiddels sommelier zijn.’ Stefan lacht en we kijken elkaar aan. Dan valt er een stilte.

Het begin van het einde, begint op het moment dat ik ga praten. Ik had hier veel kunnen vragen. ‘Hoe oud ben je?’ of ‘wat is de moeilijkste cocktail?’ bijvoorbeeld, maar dat doe ik niet.

‘Zijn dat aardbeien?’ vraag ik terwijl ik wijs naar een bakje, met aardbeien. De vraag is zo retorisch dat Stefan ervan uitgaat dat er nog iets achteraan komt. ‘Ik eet de kroontjes altijd op omdat mijn overgrootmoeder het vroeger zonde vond om ze weg te gooien.’

Stefan weet overduidelijk niet wat hij met dit stukje familietrauma aan moet en ik zie een zucht van verlichting bij hem, wanneer een man naast me aan de bar iets wil bestellen.

‘Wat heb je nou weer gezegd?’ Daan wrijft met zijn hand over mijn rug. Iets wat ouders doen als hun kind huilt. ‘Er lagen aardbeien op de bar,’ zeg ik schuldbewust terwijl ik mijn hoofd op zijn schouder leg. ‘Kroontjes weggooien ís ook zonde, lief.’ Daan lacht en tikt zijn glas tegen dat van mij.

Meer lezen